VERHALEN

Meer weergeven

 

 

Verhalen in volgorde

1. Franciscus en de breuk met zijn vader
2. Schilderij van Franciscus en Vrouwe Armoede
3. Franciscus en de melaatse

 

1. Franciscus en de breuk met zijn vader

Daarna vervoegde de vader van Franciscus zich haastig bij het stadsbestuur en diende een klacht in tegen zijn eigen zoon bij de consuls van de stad. Hij verklaarde dat zijn zoon hem bestolen had en er met het geld vandoor was gegaan, en hij eiste van hen dat ze ervoor zouden zorgen dat hij zijn geld terugkreeg, Toen de consuls hem zo van de kaart en opgewonden zagen, vaardigden ze het bevel uit dat Franciscus voor hen moest verschijnen, of liever, ze ontboden hem door een deurwaarder bij zich. Maar Franciscus antwoordde de deurwaarder dat hij door Gods genade al een vrij man was, die niet meer onder de rechtsmacht van de consuls viel. Hij was immers, zo verklaarde hij, uitsluitend in dienst van de almachtige God. De consuls wilden daarom niet met dwang tegen hem optreden en zeiden tegen zijn vader: 'Omdat uw zoon in dienst is van de Allerhoogste, hebben we onze macht over hem verloren.'

Zijn vader begreep toen wel dat hij van de consuls niets te verwachten had, en ging met dezelfde klacht naar de bisschop van de stad. De bisschop die een goed mensenkenner en een wijs man was, ontbood Franciscus op de gebruikelijke manier bij zich om hem te horen over de klacht van zijn vader en hem verantwoording te laten afleggen. Deze keer antwoordde Franciscus aan de bode die hem de oproep bracht: 'Bij de heer bisschop zal ik zeker komen, want hij is een vader en heer van de zielen.' Hij ging dus naar de bisschop en werd door deze met grote vreugde ontvangen. De bisschop zei hem: 'Je vader is buiten zichzelf van kwaadheid op je en voelt zich tot in het diepst van zijn hart gekwetst. Als je werkelijk God wil dienen, geef hem dan het geld dat je van hem hebt, terug. Mogelijk is het onrechtvaardig verworven en in dat geval wil God wegens de zonde van je vader niet dat je het voor het werk aan een kerk besteedt. En ik denk wel dat je vader minder kwaad op je zal zijn wanneer hij het teruggekregen heeft. En jij, mijn zoon, stel je vertrouwen op de Heer; toon je een man en wees niet bang, want de Heer zal je helpen en wat je voor het werk aan zijn kerk nodig hebt, zal Hij je meer dan voldoende bezorgen.'

 

Blij en bemoedigd door de woorden van de bisschop verliet de man Gods het bisschoppelijk paleis. Hij haalde het geld, bracht het bij de bisschop en zei: 'heer, hier is het geld dat mijn vader toebehoort. Maar niet alleen het geld wil ik hem graag teruggeven, ik geef hem mijn kleren erbij.' Hij ging een vertrek bij de bisschop binnen en trok al zijn kleren uit; bekostigd door zijn vader, behoorden ook die tot diens bezit. Daarna kwam hij, terwijl hij voor de ogen van de bisschop en zijn vader en in het bijzijn van vele omstanders het geld op die kleren leegde, naakt naar buiten en zei: 'Luister allen goed en laat het goed in u doordringen! Tot nu toe noemde ik Pietro Bernardone naar mijn vader, maar nu ik mij heb voorgenomen in dienst te treden van God, geef ik hem het geld, waarover hij zo in de war was, en al de kleren, die ik immers op zijn kosten droeg, terug. En van nu af wil ik alleen nog maar zeggen: 'Onze Vader die in de hemel zijt', en niet meer: 'Vader Pietro Bernardone.'

 

Op dat moment kwam men er achter dat de man Gods onder zijn modieuze kleurige kleren een haren boetegordel droeg. Zijn vader was laaiend van woede en buiten zichzelf van verdriet. Hij sprong op en griste het geld en alle kleren mee. Maar terwijl hij dit alles naar huis bracht, werden degenen die getuigen waren van dit schouwspel, hevig verontwaardigd op hem toen ze zagen dat hij niet het kleinste stuk kleren voor zijn zoon had achtergelaten. Ze kregen een echt, diep medelijden met Franciscus en begonnen heftig om hem te wenen. De bisschop van zijn kant, die oplettend het bezielde optreden van de man Gods volgde en vol bewondering was voor zijn onstuimige vastberadenheid, sloeg zijn armen om hem heen en hulde hem in zijn mantel. Duidelijk zag hij immers dat Franciscus zo gehandeld had, omdat God iets met hem voorhad, en hij begreep dat wat hij gezien had, een niet gering geheim in zich verborg. En dat was voor hem de aanleiding om Franciscus van nu af verder terzijde te staan. Hij spoorde hem aan en bemoedigde hem, en in grote genegenheid liet hij hem zijn liefdevolle bescherming metterdaad ondervinden.

 

Bibliodrama: Franciscus en de breuk van zijn vader

Bibliodrama uitgewerkt door Brigitte Puissant en vormgegeven tijdens een bijeenkomst in La Verna Gent op 20 juni 2018

Spelvorm 1:Het spel van de omstanders

 

Doelen

  • Meerdere aspecten van de rol van omstaanders verkennen

  • Vanuit een eigen gekozen positie, houding iets zeggen aan één van de hoofdpersonages en zo standpunt innemen, ten opzichte van het gebeuren, gevoelens verwoorden rond de situatie, de situatie, de houding van één van de hoofdpersonages bevragen.

  • Bewust worden van de eigen emotionele betrokkenheid bij de rolkeuze

  • Verbinding maken met de eigen levenssituatie

  • Verkennen van verschillende opstellingen, standpunten, betekenissen

Spelverloop

1. Spelopstelling:

Een stoel vader, stoel Franciscus met daarachter de bisschop zoals op de postkaart.

Spelverloop:

Uitleg over wat we gaan doen

Begeleider geeft aan elke deelnemer een postkaart van een schilderij van Giotto

uit de San Francesco. Gesprek over de kaart:

  • Wat zie je allemaal?

  • Wat valt je op?

  • Wat valt je op aan de omstaanders?

    • Allemaal pro of contra, denk je?

    • Kijk eens goed naar alle figuren.

    • Wat voor omstaanders zouden daar kunnen zijn?

    • Wie zijn ze eigenlijk? Wat komen ze hier doen?
      In detail: Zou hij hier zijn om Franciscus  te steunen of eerder niet?

    • Zou het een consul kunnen zijn?

    • Zou de persoon erbij zijn die Franciscus eten heeft gegeven of onderdak? 

    • Zijn moeder? De buren?

    • Er staat ook iemand op het balkon? Is die betrokken?

 

Opdracht 1.

Leef je nu in in deze of andere omstaander.

Neem eventueel een doek uit de voorraadkist om je rol mee aan te kleden.

Kies een plaats ten opzichte van Franciscus en de vader. Neem een passende houding aan.

De begeleider interviewt de spelers:

  • Wie ben je?

  • Wat kom je hier eigenlijk doen?

  • Hoe ben je hier terecht gekomen?

  • Ken je Franciscus? Ken je de bisschop? De vader?

 

Opdracht 2.

De begeleider nodigt de spelers uit elk iets te zeggen aan een ander personage,

aan een mede-omstaander, aan Franciscus, aan de vader of de bisschop

 

Uitwisseling:

Na het spel vraagt de begeleider om uit de rol te stappen en in een kring plaats te nemen.

Dan volgt een uitwisseling van belevingen en ervaringen tijdens het spel.

En is er tijd om elkaar te vertellen over verbindingen met het eigen leven of het maatschappelijke leven.

  • Hoe was het voor jou om deze omstaander te zijn?

  • Herkende je jezelf in deze rol?

  • Ben je zelf ooit omstaander geweest van een gebeuren? Hoe was dat?

  • Wat kom je bij jezelf tegen in deze rol van omstaander?

  • Welke reacties van andere omstaanders hebben jou getroffen?

 

Spelvorm 2 : Franciscus en zijn vader

Ontmoetings- en confrontatiespel 

 

Doelen

  • Conflict doorleven tussen vader en Franciscus

  • Verkennen van gevoelens, houding, positie van vader en zoon

  • Het effect ervaren van een eigen keuze op een ander persoon, zoals de vader

  • Bewust worden van

    • wat een conflict met je doet

    • hoe je met een conflict omgaat

    • hoe je je tegenstander “bejegent”

  • Wat het met je doet om als Franciscus te “breken” met zijn vader en omgekeerd

  • Zich dieper bewust worden van de inspiratie van Franciscus.

  • Zich bewust worden van de motieven van de vader

  • De eigen werkelijkheid beschouwen in het licht van de eigen raakpunten met het verhaal

 

Verloop: Ontmoetingsspel

Meer informatie over de speelwijze van een ontmoetingsspel:

Zie Werkvormen Ontmoetingsspel: >> Naar werkvormen Ontmoetingsspel

 

1.De tekst herlezen

 

De begeleider licht de werkvorm en de speelwijze toe

Hij vraagt te voelen tot welk van beide rollen je je als speler aangetrokken voelt

Hij vraagt: wie de vader en wie Franciscus wil zijn.

2. Rolinleving

Aan de spelers met de rol van Franciscus de tekst geven die hij aan zijn vader zegt

“Luister allen goed en laat het goed in u doordringen!

Tot nu toe noemde ik Pietro Bernardone mijn vader, maar nu heb ik me voorgenomen in dienst te treden van God.

Ik geef mijn vader het geld terug waarover hij zo in de war was.

Ik geef hem zijn kleren terug die ik op zijn kosten droeg.

Van nu af wil ik alleen maar zeggen: Onze Vader die in de hemel zijt en niet meer: Vader Pietro Bernardone”

 

De tekst dient als ondersteuning bij het spel. De begeleider geeft aan:

Lees deze tekst nog eens goed, en haal hieruit wat je wil zeggen.

Je kan bijvoorbeeld één zin kiezen, of je kan deze tekst met je eigen woorden brengen”

 

De spelers met de rol van vader van Franciscus krijgen eveneens een briefje met elementen over de houding, gevoelens, gedachten van de vader.

Woedend over het gedrag van Franciscus omdat Franciscus zich kleedt als een arme

Steelt zijn stoffen en zijn geld om er domme dingen mee te doen. Loopt weg van huis- herbergt zich in een kerkje

Is met dwaze dingen bezig in de ogen van zijn vader (kerk herstellen, met stenen sjouwen, ….)

Heeft geen greep meer op Franciscus en dat maakt hem kwaad.

Hij deed veel vergeefse pogingen om hem terug te halen en om hem weer naar huis te halen

Is de steun van zijn vrouw verloren

Schaamt zich over zijn zoon ten aanzien van de burgerij in Assisi: zijn zoon ont-eert hem, roddels in de stad

Bisschop zegt aan Franciscus: “je vader is buiten zichzelf van kwaadheid en voelt zich in het diepst van zijn hart gekwetst”.

Franciscus maakt hem te schande door in het openbaar naakt te staan

Vader is “laaiend van woede” en “buiten zichzelf van verdriet”

 

3. Ontmoeting tussen Franciscus en de vader

 

 

Begeleider geeft uitleg bij de werkvorm en de speelwijze en licht de doelen toe

Er wordt een korte ontmoeting gespeeld tussen Franciscus en de vader.

Een speler in de rol van vader of Franciscus naar eigen keuze zet zich op de speelscène.

De ander komt op hem toe. Er ontstaat een ontmoeting in woord en gebaar.

Na een kort 'over en weer' rondt de begeleider het spel af .

Dan worden de spelers ontrolt.

Daarna komen er twee nieuwe spelers in het spel

om hun eigen wijze van ontmoeten vorm te geven.

Vervolgens kunnen weer twee andere deelnemers spelen

Er worden geen spelafspraken op voorhand gemaakt tussen de twee spelers.

Het spel, in woord en gebaar, ontstaat en groeit al improviserend.

Het is de bedoeling dat de spelers dicht bij zichzelf blijven in het spel.

De spelers zij volledig vrij in de wijze waarop ze elkaar tegemoet gaan.

De inspiratie gaat uit van het verhaal maar wordt op eigen wijze 'vorm en taal' gegeven.

Begeleidersrol bij felle emoties:

De speler even uit de rol laten stappen en hen laten kijken naar hun personage

De speler vragen te verwoorden wat er in  het personages omgaat: Wat gebeurt er met 'de vader' of met 'Franciscus'?

Wat gaat er in hem om? Wat voelt jij? Waarom is hij verdrietig? Wat zou je tegen hem willen zeggen, welke raad zou jij hem geven?….

Daarna vragen aan de speler om mogelijk de rol van het personages terug op te nemen.

 

Meer informatie over het verloop en de begeleiding van een ontmoetingspel:

Zie Werkvormen Ontmoetingsspel: >> Naar werkvormen Ontmoetingsspel

4. Uitwisseling

Na het spelgedeelte gaat het bibliodrama verder met de uitwisseling van spelervaringen en verbindingen met het eigen leven.

  • Hoe ervaarde jij deze confrontatie? Hoe ervaarde je je tegenspeler? Wat liep vlot? Wat niet? Waarom?

  • Wat ging er in je om? Welke belevingen, denkbeelden, herinneringen, associaties... kwamen boven?

  • Zegt dit iets over jezelf ? Herken je gelijkaardige situaties? 

  • Wat vind je van de afloop van deze confrontatie? Liep deze zoals je verwacht had of niet? Wat doet die ervaring met je?

  • Naar de observatoren: hoe hebben jullie naar deze ontmoeting gekeken?

  • De toeschouwers spreken vanuit zichzelf, vanuit hun eigen geraaktheid. Er wordt niets gezegd over de spelers zelf, geen oordelen.
    • Hoe gingen ze om met het conflict? Wat sprak je aan? Wat deed dit met je?

    • Waarmee associeer je deze scène?

    • Wat viel jullie op? Bij de vader? Bij Franciscus

    • Is er iets verduidelijkt door dit spel voor jezelf, voor het verhaal?

​5. Het verhaal wordt herlezen als afronding

2. Franciscus en Vrouwe Armoede

Schilderij van Giotto

In de San Francisco Kerk (benedenkerk)

in Assisi

boven het graf van de H. Franciscus.

 

Beschrijving

 

Op een rotsplateau voltrekt zich het mystieke huwelijk tussen Franciscus en De Heilige Armoede, door bemiddeling van Christus zelf.

Aan de rechterkant de deugden Hoop en Liefde. Het huwelijk wordt gevolgd door engelenscharen.

Links en rechts beneden beveelt een engel de armoede aan.

Links geeft een jonge man daar gehoor aan door zijn bovenkleed aan een bedelaar te geven.

Contrast daarmee vormen drie mannen (rechts) die door hun houding laten blijken geen afstand van hun bezit te willen doen.

Boven: twee engelen met bezit in hun handen, waar men afstand van heeft gedaan.

Vrouwe Armoede: Centraal en groter dan Franciscus. Haar vleugels en meerdere nimbussen wijzen op een allegorie

Het bleek vermagerd gelaat toont sporen van ontbering. Het gewaad zelf is wit, gescheurd en opgelapt. Bijeengehouden door een koord

Ze draagt een korte sluier om haar hoofd. Ze is blootsvoets en staat in een doornstruik. Bedreigd door een hond en kwajongens.

Contrast: bloeiende rozen (hemelse vreugde) en lelies rond haar hoofd

Tekst onder het fresco: Vrouwe Armoede minacht men in de wereld

​Christus geeft Vrouwe Armoede aan Franciscus: diens rechterarm is achter de bruidegom, de linkerarm leidt bruid naar Franciscus

Franciscus pakt uitgestoken ringvinger. Zowel Christus als bruid en bruidegom kijken ernstig naar deze handeling.

Bibliodrama vanuit een schilderij

Uitgewerkt door Brigitte Puissant

Doelen:

Vrouwe Armoede persoonlijk betekenis geven door ze kenmerken toe te bedelen/te verbeelden.

Aan de hand van doeken deze figuur symbolisch vorm geven.

Verkennen van de persoonlijke betrokkenheid tot Vrouwe Armoede.

Betekenis weergeven doorheen de aankleding van de figuur.

Verkennen welke vragen leven bij zichzelf rond deze figuur

Verkennen welke betekenis Vrouwe Armoede kan hebben in het leven van vandaag

Verschillende perspectieven beluisteren in de betekenis van Vrouwe Armoede

Op het spoor komen van tegengestelde gevoelens, gedachten, ervaringen, in de relatie met Vrouwe Armoede

Zich laten raken door nieuwe betekenissen en daardoor openstaan voor verschuivingen in zienswijze en houding ten aanzien van Vrouwe Armoede.

De eigen persoonlijke houding ten aanzien van Vrouwe Armoede bepalen

Werkwijze:

1. Het schilderij bekijken

Samen kijken naar de afbeelding van het schilderij en detailopnames ervan.

Stilstaan bij wat het oproept: Wat weten we? Wat verbeelden we? Wat associëren we erbij?

Wat roept de beeltenis van Vrouwe Armoede bij ons op. Welke kenmerken  vallen ons op. Wat roept het bij ons wakker? Wie is ze voor ons?

2. Aankleding van het personage van Vrouwe Armoede

 

De deelnemers kiezen uit een voorraad doeken één doek uit die op één of andere wijze uitdrukking geeft aan een kenmerk van Vrouwe Armoede

Samen bekleden ze daarmee een stoel die in de ruimte staat opgesteld en waarbij Vrouwe Armoede in verbeelding wordt aanwezig gesteld.

De spelers draperen op eigen wijze het doek over de stoel en geven in woord en gebaar de betekenis aan die deze doek voor hen uitdrukking geeft aan een aspect van Vrouwe Armoede. Dan keert de speler terug  naar  zijn plaats en is het aan de volgende speler om zijn attribuut en bijhorende betekenis toe te voegen.

Dit gebeuren kan op verschillende wijze vormgegeven worden.

Wijze 1.

Bij het aankleden met het eigen gekozen doek wordt Vrouwe Armoede aangesproken:

Voorbeeld: Vrouwe Armoede , ik kleed u aan met een transparant kleed. Transparant zijn , doorzichtig zijn, is voor mij een kenmerk van armoede.

Wijze 2.

Bij het aankleden van Vrouwe Armoede leeft de speler zich in, in het doek dat uitdrukking geeft aan zijn betekenis. De speler spreekt als volgt: Bijvoorbeeld: "Ik ben de wijsheid die spreekt uit de armoede"  of "Ik ben de rafels van ontering die mij te beurt valt in publiek"  

 

De begeleider kan het proces stimuleren door helpende vraagstelling.

Voorbeeld: Wat hoort volgens jou nog bij Vrouwe Armoede? Kan je een doek vinden dat hierbij past?

 

3. Open stoel gesprek met Vrouwe Armoede

“We hebben Vrouwe Armoede aangekleed met iets dat wij voor haar nodig vonden of omdat we haar een eigenschap wilden toekennen die voor ons belangrijk was. Nu gaan we haar vragen stellen. Je hoeft daarvoor niet lang na te denken. Stel een vraag die bij je opkomt. Als de vraag gesteld is, mogen de andere deelnemers (dan de vragensteller) Vrouwe Armoede zijn en een antwoord geven. Dan doen we door achter de stoel te staan en de stoel aan te raken. Zo identificeren we ons met Vrouwe Armoede. Een antwoord geef je spontaan. Het hoeft niet juist te zijn, of aan bepaalde criteria te beantwoorden. Elk antwoord is goed.

Wie stelt een eerste vraag?

Vraag van een deelnemer: Wat is er vreugdevol aan om arm te zijn?

Ik doe het antwoord voor: Ik ga achter de stoel staan, neem de stoel vast en zeg: omdat ik dan geen scheiding meer ervaar met de armen uit de stad. We zijn één.

Wie wil nog een mogelijk antwoord proberen?

Een deelnemer geeft een ander mogelijk antwoord.

Ik laat ruimte en voldoende tijd om antwoorden te geven.

Dan vraag ik aan de vraagsteller of hij tevreden is met de antwoorden. (Eventueel: en waarom? )

Dan komt een andere vraagsteller aan de beurt

 

 

Indien er geen vragen komen, stimuleer door te herinneren aan de verschillende eigenschappen, en welke mogelijke vragen dit bij hen kan oproepen.

 

Afronding:

Vrouwe Armoede danken voor haar aanwezigheid. De kenmerken worden weer gewone doeken. Alle spelers worden ontrold.

Aandachtspunten als begeleider

  • Geen suggestieve vragen stellen of voorstellen doen- het open houden

  • Niet teveel zelf in handen willen nemen

  • Stimuleren en corrigeren indien nodig

Uitwisseling: hoe was het voor jullie om vragen te stellen ? Te antwoorden als Vrouwe Armoede? Welke ontdekking deed je? Hoe voelde dat? Wat ging in je om? Welke nieuwe betekenissen zijn naar voor gekomen? Welke uitspraken hebben je geraakt? Heb je tegenstellingen of contrasten opgemerkt? Welke? Hoe sta jij daar tegenover?

Reflectie een bibliodrama spel in een TAU groep:

  • Het was een gebeuren! Er gebeurde iets, dat het spel oversteeg, zei een deelnemer

  • Tussenkomsten die me troffen:

    • Ik geef Vrouwe Armoede een gekleurd doek. Vraag daarna: accepteert ze dit wel van mij, als zorg voor haar, uit respect voor haar? Antwoorden waren er van blijdschap en erkenning. Dat betekende emotioneel veel voor de vraagsteller

    • De vraag: hoe kunnen we vreugdevol zijn door armoede en ontbering? Antwoord zegt resoluut dat ontbering niet de bedoeling is, dat het pijn doet, dat het vuil is, en niet te wensen. Maar dat arm zijn als een kind, met een oorspronkelijke blik kijken, zoveel vreugde geeft.

    • Een vraagstelster werd zich bewust van een nieuwe betekenis: namelijk die van zuiverheid. En dat kwam door het witte doek dat iemand gelegd had voor Vrouwe Armoede

    • Een zwart doek als symbool voor radicaliteit!

  • Reflectie voor mezelf als begeleider:

    • Uitleg was helder en stelde de deelnemers gerust. Ik vertelde wat we zouden doen en in welke rol ze zaten. Het vroeg om herhaling, om te verduidelijken dat Vrouwe Armoede die was uit de Middeleeuwen en dat wij nu waren wie we hier en nu waren. Door het te herhalen was ook dit duidelijk

    • Bijna alle deelnemers stelden boeiende vragen. IK voelde me daarna onzeker in het bepalen welk antwoord nu aan bod zou komen. Ik vroeg aan de deelnemers wie zijn vraag graag beantwoord zou zien. Maar eigenlijk wou iedereen dat wel. Maar we hadden geen tijd meer voor alle vragen. Dat was lastig. Dan maar gevraagd wie eerst aan de beurt wou komen…

    • De eerste keer beantwoordde ik zelf eerst de vraag. De tweede keer zei ik uitdrukkelijk: “en nu ga ik het niet meer voordoen”, maar dat klonk betuttelend vond ik!

    • Soms werd het stil en duurde het vooraleer er iemand uit de halve kring kwam om een doek toe te voegen aan Vrouwe Armoede of een vraag te stellen. Stimulerende vragen hielpen dan, in de sfeer van: “ herinner je je nog eigenschappen van Vrouwe Armoede? En welke kleur, welke textuur heeft die eigenschap? Welk doek kan je hiervoor nemen? “ of… “welk antwoord komt spontaan in je op, als je de vraag krijgt: moeten we worden zoals u, Vrouwe Armoede?  Wat zou jij dan zeggen als Vrouwe Armoede?

    • De bespreking was (te)kort. We waren al lang aan pauze toe. Iemand zei dat ze onder de indruk was. Anderen dat het voor hen een nieuw licht bracht over Vrouwe Armoede. Of dat ze haar nu meer konden accepteren. Daarna , tijdens de pauze was het opvallend stil…

    • De verwerking was goed gekozen: namelijk een brief schrijven naar Vrouwe Armoede. Zo konden de deelnemers integreren wat ze allemaal gehoord, gezien , beleefd, ervaren, en gezegd hadden. Ontroerend om die teksten met elkaar te delen (vrijwillig natuurlijk )

 

Verwerking

 

  • Schrijf een brief naar Vrouwe Armoede, vanuit je situatie hier en nu. Omschrijf wat ze voor jou betekent, hoe ze voor jou is, welke eigenschappen jij haar toedicht, stel haar vragen, of schrijf wensen….

  • Beeld uit wat de kern is van jouw spiritualiteit op dit moment. Beeld dit uit via een tekening, of via een kernwoord met associaties (cfr. Brainstorm). Geef haar of hem een naam

3. Franciscus en de melaatse

Op een dag rijdt Franciscus te paard door de velden rond Assisi. Het is er stil en eenzaam. Plots hoort hij een geluid hoort in de verte.

Een vreemd, eng geluid. Hij hoort een geklepper, een geratel. Nieuwsgierig rijdt hij in die richting. Hij ziet een man die lawaai maakt, met een houten ratel. Telkens als hij mensen nadert zwaait hij de ratel in het rond. De mensen zijn gewaarschuwd. Ze lopen in een boog om de man heen. De man is melaats. Dat is een ziekte die erg besmettelijk is. Franciscus wil onmiddellijk terugkeren. Hij is bang van die man en zijn ziekte en hij ziet er heel lelijk en vies uit. Hij staat vol met zweren en wonden, die erg stinken

Juist wanneer hij zijn paard wil aanmanen om de andere kant op te gaan, kijkt de melaatse hem aan met een half oog. En die blik raakt hem.

Het is alsof de ogen van die man zijn hart doen branden. Hij voelt zich klein. Hij houdt halt. Zou hij toch naar hem toegaan? Nog voor hij verder nadenkt zwiert hij van zijn paard. Zijn benen gaan al. Hij kan zichzelf niet tegenhouden. Zijn hart brandt van liefde en trekt hem naar de melaatse man toe. En dan… valt hij in zijn armen. Oei , wat gebeurt er nu? Ze huilen en lachen allebei. Hé, je hebt me aangeraakt ! zegt de melaatse, terwijl hij zijn verband weer recht trekt. “Ja, …”, zegt Franciscus. “Oei, nu word je misschien ziek” , zegt de melaatse. “Neen”, integendeel zegt Franciscus , “ik heb een heel ander gevoel. Vroeger leefde je ver weg van mij. Ik was bang van jou. Nu heeft mijn hart gewonnen, ik voel me dicht bij jou. Hoe heet jij?” “Angelo” zegt de melaatse man. “En jij”? “Ik ben Franciscus. Mag ik jou wassen? En je wonden verzorgen?”

Angelo was verrast en blij. Franciscus waste hem zorgvuldig met warm water en geurige kruiden en verbond opnieuw zijn wonden.

Sindsdien werden de melaatsen broeders van Franciscus.   

Bibliodrama: Franciscus en de melaatse

Inlevingsspel -  Uitbeeldings- en Ontmoetingsspel 

Spelaanzetten met kinderen door Brigitte Puissant

Verloop: Inlevingsspel

1. Werkwijze en doelen toelichten

2. Verhaal vertellen

3. Uitwisselen van reacties, associaties en vragen bij het verhaal.

4. Speelveld uitzetten

5. Speelwijze: Inleving en interview

Iedere deelnemer leeft zich in in de rol van melaatse.

Ze nemen een houding aan en kiezen een doek hun 'verwond zijn' uitdrukking te geven.

Ze kunnen bijvoorbeeld een doek om hun verbeelde wonde wikkelen als een verband.

De spelers zoeken zich een bepaalde plaats en nemen een houding aan op het speelveld.

Meer informatie over de aanpak van een 'inleving': >>Naar Werkvorm Rolinleving

De begeleider interviewt kort elke speler in de rol van melaatse.

Meer informatie over de aanpak van een 'interview: >>Naar Werkvorm Interview

Mogelijke vragen die kunnen worden gesteld zijn:

  • Wie ben je? Heb je een naam?

  • Waar ben je? Wat zie je rondom je? Wat hoor je?

  • Hoe ben je hier terecht gekomen? Waar ga je naartoe?

  • Ik zie dat je gewond bent. Je bent gewond aan….Hoe is dat zo gekomen?

  • Hoe voel dat? Vertel eens.

  • Wat zou je willen dat er gebeurt?

Wanneer iedere speler aan het woord is geweest wordt hen gevraagd de aangenomen rol van melaatse af te leggen.

6. Uitwisseling

Samen in de kring vertellen ze aan elkaar, wat ze in de rol van melaatse ervaren hebben.

Ze vertellen aan elkaar wat verwond zijn voor hen betekent.

Ze vertellen elkaar welke verbindingen ze met hun eigen leven ervaren hebben.

 

Verloop: Uitbeeldings- en Ontmoetingsspel

1. Ontmoetingsspel

Het stukje uit het verhaal over de ontmoeting wordt opnieuw gelezen

In tweetallen spelen de deelnemers de ontmoeting van Franciscus met de melaatse.

De twee rollen zijn:

- Franciscus op z'n paard hoort en ziet de melaatse man met een ratel

- Een melaatse man met een ratel ziet iemand met een paard toekomen en waarschuwt met z'n ratel.

Naar keuze leven de spelers zich in, in één van beide figuren (rollen)

Ze kunnen daarbij een doek gebruiken om hun rol aan te kleden.

 Een 'ratel' kan mogelijk  voor meer beleving en realiteit zorgen

De twee spelers stellen zich een eind van elkaar op, op de speelscène.

Het verhaal van Franciscus en de melaatse is het uitgangspunt.

Maar ze spelen de rol op geheel eigen wijze, zoals ze die zelf beleven.

Misschien stapt Franciscus van zijn paard, misschien ook niet.

Misschien stapt hij op de melaatse toe misschien ook niet.

Misschien waarschuwt de melaatse om niet dichterbij te komen, misschien ook niet.

Misschien deinst de melaatse terug, misschien ook niet.

Het kan een spel zijn met of zonder woorden.

Na de eerste ontmoeting leggen beide spelers hun rol af

en vertellen de beide spelers aan elkaar hoe ze de ontmoeting beleefd hebben.

Daarna verwisselen ze van rol en spelen de ontmoeting  opnieuw.

Deze ontmoeting kan een heel andere vorm aannemen.

Daarna volgt wederom een uitwisseling van hun belevingen en ervaringen.

Meer over de werkvorm Ontmoetingsspel:  >> Naar werkvormen Ontmoetingsspel

Na het spel van alle spelers worden de rollen afgelegd en volgt er een uitwisseling

over de assocaties met het eigen leven en de leefomgeving.

Meer informatie over de aanpak van een Uitwisseling: >> Naar Bibliodrama Uitwisseling

2. Uitbeeldingsspel

 

 

- Er worden in een cirkel op de vloer een reeks afbeeldingen van 'Franciscus met de melaatse' gelegd.

De afbeeldingen in meervoud voorzien zodat er voldoende keuzemogelijkheid is voor iedereen.

- De deelnemers kiezen in tweetallen een afbeelding uit die hen aantrekt

- Ze bekijken en becommentariëren de afbeelding.

Wat zien ze? Wat valt hen op?  Wat spreekt hen aan?  Wat niet?

- De spelers worden uitgenodigd om samen de afbeelding uit te beelden

en zich bewust te worden hoe ze dit ervaren.

- De spelers verkennen de houding van de beide figuren, 

door deze samen zo goed mogelijk aan te nemen

De spelers kiezen welke van beide figuren ze willen spelen: Franciscus of de melaatse

De spelers vormen een standbeeld. En blijven zo een tijdje staan en staan stil bij hoe dit voelt.

Daarna leggen ze hun rol af en vertellen aan elkaar hoe ze dit beleefd hebben. 

Wat was er vreemd, onwennig... Wat was vertrouwd, voelde goed...

Daarna verwisselen ze van rol en leven zich in de nieuwe rol in.

Na de uitwisseling overleggen ze op welke wijze Franciscus en de melaatse man elkaar nog kunnen benaderen.

Ze proberen ook deze verhouding uit.

Na het spel en het afleggen van de rollen volgt de uitwisseling.

Uitwisseling

De spelers vertellen elkaars spelervaringen en de verbindingen met het eigen leven die ze geassocieerd hebben.

Mogelijke richtvragen bij de uitwisseling​:

  • Hoe ervaarde jij deze confrontatie? Hoe ervaarde je je tegenspeler? Wat liep vlot? Wat niet? Waarom?

  • Wat ging er in je om? Welke belevingen, denkbeelden, herinneringen, associaties... kwamen boven?

  • Zegt dit iets over jezelf ? Herken je gelijkaardige situaties? 

Het verhaal wordt herlezen als afronding van het geheel

Enkele ervaringen met bovenstaand bibliodrama met kinderen in Assisi

Franciscus en de melaatse
Reflectie: Brigitte Puissant

De beginsituatie van de kinderen verschilde nogal sterk. Sommige kinderen waren al op gezinstocht naar Assisi geweest en kenden de figuur van Franciscus. Anderen niet. Het voorafgaand poppenspel over Franciscus had de betekenis van melaatsheid onvoldoende weergegeven.

Ik vertelde het verhaal. De oudere kinderen kenden een ratel en deden het geluid na. Eén kind wist wat melaatsheid was en wie Franciscus was. De betekenis drong echter niet echt door, door het enkel uit te leggen. Het verhaal boeide hen wel. Ik vertelde het zo expressief mogelijk.

Voldoende tijd nemen bij de eigen associaties en vragen aan het begin na het vertellen van het verhaal. Genoeg stilstaan bij het verhaal en zijn betekenissen. Het verhaal genoeg laten doordringen/bespreken/bevragen. Eventueel gebruik maken van afbeeldingen van Franciscus.

Een ratel kunnen laten zien en horen zou welkom geweest zijn.

De kinderen zijn zeer betrokken bij het inleven in hun spel als melaatse. Sommigen zijn onder de indruk als ze zo worden aangesproken

Het zich omwikkelen met een doekje om hun wonde blijkt in de uitwisseling zeer betekenisvol te zijn. De kinderen omwikkelden plaatsen op hun lichaam waar ze in hun verleden al eens gewond waren. Ze voelden het als deugddoend dat ze daarover konden vertellen.

Het is bij deze bespreking, dat de gelijkenis en het verschil voor hen duidelijk werd tussen hun eigen verhaal van gewond zijn en 'melaats' zijn. Zij waren gewond en konden genezen, maar melaatsen konden niet meer genezen. Melaatsen waren voor 'altijd' ziek! Dat vonden ze erg!

Het kiezen van een foto en nabootsen van de afbeelding waarbij Franciscus de melaatse ondersteunt, vonden ze boeiend. Zelfs twee kinderen die hun aandacht er heel moeilijk konden bijhouden, wilden dit heel precies doen, zoals op de foto. Ik liet ze twee per twee hun foto nabootsen op het speelveld, nadat ze eens geoefend hadden.

Ik heb bereikt dat ze beseften dat melaats zijn een ziekte is waar je niet van geneest. Ze voelden zich serieus genomen in hun “eigen verhaal van gewond zijn”. De houding van aanraken en steunen riep wel iets van steun en mededogen in hen op. Ze leerden mekaar ook een beetje beter kennen. Wat ze daarna onthielden en vertelden waren vooral de contactelement in het bibliodramaspel: dat ze een doek hadden mogen omwikkelen en mekaar hadden vastgehouden. Wat er op dieper niveau is gebeurd, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er af en toe mooie en intense belevingsmomenten waren.