THEMA'S

De kruisweg is een oude bestaande christe­lijke vormgeving van omgaan met lijdensverhaal van Jezus en het de eigen persoonlijk en maatschappelijk lijden en verdrukking van mensen. In de katholieke traditie is een ‘kruisweg’ een reeks van veertien afbeeldingen (staties) waarbij het lijden van Jezus is afgebeeld. De lijdensweg van Jezus wordt vanaf het gerechtsgebouw van de Romeinse vorst Pilatus in verschillende fasen  uitgebeeld tot aan de plaats van Jezus kruisiging en de neerlegging in het graf.

In de meest kerken zijn zulke afbeeldingen van de kruisweg te vinden.

Een kruisweg bevat traditioneel 14 staties waaraan soms een 15de wordt toegevoegd m.n. de opstanding van Jezus.

In de traditionele vertelling van de kruisweg zijn de staties 3, 4, 6, 7 en 9 niet expliciet bijbels. Daarom is er een “bijbelse kruisweg” ontwikkeld. Lees meer: https://www.gotquestions.org/Nederlands/kruisweg.html

In deze uitgewerkte bibliodrama's is er voor gekozen om de traditionele kruiswegstaties vorm te geven, mede omdat ze dan ook in kerken bij de traditionele afbeeldingen kunnen gespeeld worden.

De onderstaande bibliodrama's zijn o.a. een verdere geactualiseerde uitwerking van de spelelementen die in onderstaande tijdschriftartikels worden voorgesteld m.b.t. het doorleven van de kruisweg door kinderen, jongeren en volwassenen.

De bibliodrama's kunnen met een groep mensen gespeeld worden, maar kunnen ook in een reeks na elkaar, als een beleving van de hele kruisweg uitgespeeld worden. Daarbij worden dan de verschillende staties door slechts enkele spelers doorleefd.

 

Gepubliceerd als:

Agten, J., Met het kruis overweg. Beleven en actualiseren van de kruisweg

     in School en Godsdienst, jrg. 52, 1998, nr1-2, pp. 1-17.

Agten, J., Bibliodrama-impulsen voor het beleven en actualiseren van de kruisweg

in Catechetische Service - 35e jaargang, nr. 3, februari 2008

PDF Aanklikken

Doorheen de verschillende aangeboden didactische impulsen kunnen aspecten uit de verschillende ‘staties’ (onderdelen) van de kruisweg (meestal 14 of 15), die het lijden van Jezus Christus verbeelden, weer actief tot leven worden gebracht. Deze delen van de kruisweg kunnen  verkend worden en in relatie gebracht met het eigen persoonlijke en maatschappelij­ke leven via inleving, uitbeelding, expressie, rollenspel, toneel, tekenen, schilderen, knutselen...

De impulsen trachten een verbinding te maken tussen de kruisweg en de eigen actuele kleine en grote levenservaringen van kinderen, jongeren of volwassenen zodat ze doorheen de weg van de verbeelding en expressie zich daar beter bewust van worden en deze betekenisvol kunnen doorleven om zo delen van hun eigen (gelovig) leven te verdiepen.

Boeiende oude en hedendaagse uitbeeldingen van de kruiswegen zijn makkelijk op het internet te vinden. In het artikel zijn meerdere verwijzingen opgenomen. Ook vele kunstafbeeldingen die bij afzonderlijke kruiswegstaties horen zijn zo het internet aan te treffen. Hoe ze kunnen gebruikt worden wordt bij elk onderdeel beschreven. Een groot aantal afbeeldingen zijn in dit artikel bij wijze van voorbeeld opgenomen. Er is geen enkel probleem om deze afbeeldingen door andere te vervangen.

Bibliodrama

Kruisweg statie 1.  Jezus wordt ter dood veroordeeld. Tableau vivant.        

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Tableau vivant.   

Deze werkvorm wil een levendige voorstelling creëren van een bijbelfragment. Door uitbeelding en lichaamstaal trachten de spelers zich in het bijbelfragment in te leven en dit expressief uit te drukken. Elke speler wordt uitgenodigd een verhaalrol te kiezen,  zich in te leven en een positie en houding aan te nemen op het speelveld. Ze vormen een groep statische beelden die uitdrukking geven aan de eigen voorstelling en beleving van het bijbelfragment. Vanuit deze statische uitbeelding als een schilderij of beeldengroep (tableau) kunnen de spelers even tot leven komen (tableau vivant), een beweging maken of enkele woorden spreken.

 

2. De kruiswegstatievoorstelling

Mattheus 27:1, Markus 15:15, Lukas 23:25, Johannes 19:16

Bij het aanbreken van de morgen kwamen alle hogepriesters en oudsten van het volk in vergadering bijeen en spraken over Jezus het doodvonnis uit. Geboeid leidde men Hem weg en leverde Hem uit aan de landvoogd Pilatus. Pilatus liet Jezus geselen en gaf Hem over om gekruisigd te worden. Mattheus 27, 1,2 en 26

 

3. Doelen

Eigen indrukken, belevingen en beelden bij een verhaal(fragment) oproepen en verlevendigen

Een beeld opbouwen van een verhaalsituatie door inleving in de personages en deze een uitdrukking en een plaats te geven in de eigen voorstelling van het gebeuren.

Een samen gemaakt tableau vanuit het eigen personage doorleven en woorden geven.

De personages van het schilderij (tableau) even spontaan in beweging laten komen vanuit hun eigen beleving.

Reflecteren over de eigen belevingen, associaties en indrukken die het spel heeft losgeweekt.

Stil staan bij de betekenissen voor het eigen verhaalbegrip.

 

4. Spelverloop

- Het bijbeltekstfragment dat bij deze 1ste statie geassocieerd wordt, wordt gelezen.

- De spelers kunnen afbeeldingen van voorstellingen van de kruiswegstatie uit de wereld van de kunst bekijken. 

Deze voorstellingen kunnen in het hierop volgend spel de mogelijke rolinvulling van de spelers mee inhoud en vorm geven.

- De begeleider overloopt met de spelers de vele mogelijke personages die in de verhaalsituatie van deze kruiswegstatie kunnen voorkomen:

de hogepriesters, oudsten, Pilatus, Jezus, ‘soldaten’ die Jezus wegleiden, degenen die Jezus geselen, omstanders…

- Aan (de helft van) de spelers wordt gevraagd zich in te leven in één van de figuren uit het verhaal.

- De speelruimte wordt aangeduid waarop de scène uit het verhaal wordt gespeeld.

- Om beurten nemen de spelers een eigen plaats op de scène en verwoorden kort welke rol ze willen spelen.

Ze mogen als attribuut één voorwerp kiezen indien gewenst.

- Als iedereen een plaats heeft ingenomen, leven de spelers zich in, in de situatie en in de eigen rol.

Samen vormen ze zo één beeld van de éérste statie van de kruisweg.

- Vanuit hun inleving kunnen de spelers vanuit hun rolbeleving om beurten één uitspraak doen en één gebaar stellen.

- Na het spel worden de rollen afgelegd.

- De deelnemers die niet gespeeld maar toegekeken hebben vertellen wat hen in de scène, in het gebeuren, geraakt heeft.

Ze vertellen hun belevingen en associaties bij het spel. Geen oordelen!!

- Ook de spelers zelf kunnen hun ervaringen aan die van de toeschouwers toevoegen.

- Daarna is het de beurt aan de deelnemers die toegekeken hebben om een deze eerste statie in beeld te brengen.

-Het verloop is gelijkaardig in de vorige speelscène met de daaraan gekoppelde uitwisseling.

- Het gehele spel wordt afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment en het tonen van de beelden bij het verhaal.

 

Bibliodrama

Kruiswegstatie 5: Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen.

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Ontmoetingsspel

Een ontmoetingsspel is een spel gebaseerd op een verhaal waarbij twee personages mekaar ontmoeten. Ze geven de ontmoeting zelf vorm met woorden en gebaren. Het is een wonderlijk gebeuren wanneer mensen elkaar ontmoeten. Het proces van opstaan en gaan naar elkaar toe, houdt een grote spanning in zich, van uitzien en verlangen, van angst en onzekerheid, van welkom zijn en afgewezen worden. Een ontmoeting kan conflictueus, beleefd, sereen, ontwapenend, bevrijdend… verlopen. De ontmoeting is vooral een begin van iets, een start van een proces of een herstel, heropname of uitdieping daarvan.

 

Twee mensen leven zich telkens in één van de rollen van het verhaal in.  Ze worden even geïnterviewd door de begeleid(st)er en dan gaan ze op weg in het speelveld. Hierbij ontmoeten ze mekaar op een door de begeleider aangegeven plaats.  De wijze waarop de ontmoeting verloopt wordt ingevuld door de inspiratie van het moment, door de interactie van de ene spe(e)l(st)er op de woorden en gebaren van de andere.

 

Een zelfde ontmoeting wordt een aantal keer na mekaar gespeeld met telkens andere spe(e)l(st)ers die een rol opnemen.  Zo krijgt men de verscheidenheid in beeld van de wijze waarop ontmoetingen kunnen verlopen gekoppeld aan de eigen rolopvatting en rolinvulling van de spe(e)l(st)ers Dan volgt de uitwisseling van ervaringen en belevingen. Maar ook ontmoetingsspelen met meerdere personages zijn mogelijk

 

Meer informatie over het ontmoetingsspel: Naar >> Ontmoetingsspel

 

2. Kruiswegstatie voorstelling.

Toen ze de stad uitgingen ontmoetten ze een Cyreneeër, Simon genaamd en vorderden hem tot het dragen van Jezus’ kruis. Gekomen op een plaats die Golgota genoemd wordt. Mattheus 27:32, Zij vorderden een voorbijganger die van het veld kwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, tot het dragen van het kruis. Marcus 15:21, Toen zij Hem wegvoerden, hielden zij een zekere Simon aan, een man uit Cyrene, die van het veld kwam: hem belaadden ze met het kruis om achter Jezus aan te dragen. Lucas 23:26

 

3. Doelen

- Een ontmoetingsgebeuren in een verhaal doorleven om de betekenis ervan beter te doorgronden.

- De vele vormen, inhouden en betekenissen die in een ontmoetingsgebeuren uit een verhaal kunnen verschijnen.

- Zich bewust worden van de eigen belevingen, associaties, herinneringen, levenservaringen die bovenkomen bij een ontmoetingsspel

- De eigen ontmoetingen verkennen, oefenen, verdiepen...

- De situatie in de kruiswegstatie verkennen, doorleven…mede via de afbeeldingen van kunstwerken

- De eigen handelingen, houdingen, verwoordingen… verkennen, oefenen, verdiepen...

- Een veelheid aan mogelijke handelingen en houdingen verkennen en vergelijken met de eigen levenspraktijken.

4. Verloop spelscène 1

- Iemand leeft zich in en speelt de rol van soldaat die Simon van Cyrene gaat aanspreken om Jezus 'kruis te helpen dragen.

- Degenen die de rol van Simon van Cyrene willen spelen zetten zich klaar en leven zich in.

- De soldaat geeft Simon het bevel (om te helpen bij het dragen) Vb. ‘Vooruit, meekomen, dragen dat kruis.’ ‘Allé vooruit, zie je niet dat die man dat niet haalt, help hem’

- Daarop mag de speler die Simon speelt,  kort reageren. Vb. ‘Ik heb geen tijd, zoek maar iemand anders’;  ‘Ik heb rugklachten, ik mag niet van de dokter’;  ‘Ik wil wel een beetje helpen, maar niet alleen hé’; ‘Als je iemand ter dood veroordeeld moet je maar zien dat je de straf zelf uitgevoerd krijgt; ‘Ik ben blij dat  je het mij vraagt, want ik kan die man Jezus niet langer zien lijden’…

- Na één uitspraak gaat diegene die de rol van Simon speelde naar z'n plaats (en legt de rol af)

- Daarna kunnen de anderen die zich in de rol inleven als Simon die aangesproken worden door een soldaat.

Ook de soldaat kan door anderen gespeeld worden.

- Na het meermaals spelen van de situatie door diverse spelers wordt er tijd en ruimte gemaakt voor het uitwisselen van ervaringen.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Verloop spelscène 2

- Iemand speelt de rol van Jezus die een kruis draagt.

- Een grote balk kan het kruis verbeelden en de inleving versterken.

- Afbeeldingen van kunstwerken van deze kruiswegstatie samen bekijken kan de spelers inspireren.

- Telkens komt er iemand naar voor en neemt de rol van Simon van Cyrene op, die het kruis van Jezus (mee) op de schouders neemt.

-De speler leeft zich in  en zegt  vanuit die positie iets  voor zichzelf uit of tot Jezus. Vb. ‘Ik ben blij dat ik die man z'n doodstrijd wat kan verlichten...’   ‘Amaai dat is zwaar zeg ik begrijp best dat je daar onder dood blijft’;  ‘Ik zal je eens laten zien hoe je een kruis draagt’;  ‘Als die soldaten mij maar niet zo schoppen als Jezus’;  ‘Ik ben blij dat ik die man z'n doodstrijd wat kan verlichten...’  

- Na de uitspraak van Simon mag de speler in de rol van Jezus eventueel reageren.

Vb. ‘ Dank je wel’;  Doe je geen pijn aan dat ruw hout, het weegt echt wel zwaar’;

‘Wat je aan de minsten der mijnen gedaan hebt...’

- Na één uitspraak gaat diegene die de rol Simon speelde naar z'n plaats

en kunnen anderen zijn plaats in nemen en reageren.

- Ook degene die de rol van Jezus speelt kan worden gewisseld.

- Daarna, na meerdere spelsituaties is er ruimte voor de uitwisseling van belevingen en ervaringen.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

 

6. Afronding

Het spelgeheel wordt na de uitwisseling afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment

en het tonen van de beelden bij het verhaal.

 

Bibliodrama

Kruiswegstatie 6: Veronica droogt het aangezicht van Jezus af. 

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Ontmoetingsspel

Zie vorig bibliodrama: Kruiswegstatie 5

Meer informatie over het ontmoetingsspel: Naar >> Ontmoetingsspel

 

2. Kruiswegstatie voorstelling:

Veronica van Jeruzalem is een legendarische figuur die het gelaat van Jezus zou hebben gedroogd

tijdens zijn martelgang naar Golgotha. Het zou gaan om een vrome vrouw die mededogen met Jezus betoonde toen zij na zijn veroordeling tot de kruisdood zijn bezwete en bebloede gezicht droogde. Zowel voor haar bestaan als de aan haar toegeschreven weldaad ontbreekt echter enige historische grond. Voornaamste bron van haar verhaal is het apocriefe Evangelie van Nicodemus (4e eeuw).

 

3. Doelen

Doorleving van de verhaalfiguren en verhaalsituaties in de kruiswegstatie.

Diverse houdingen van aanraken, zorg dragen, verzorgen… verkennen, verdiepen, verruimen, eigen maken.

Belevingen van aangeraakt en verzorgd worden ervaren en mogelijk verwoorden.

4. Verloop

- De situatie, historie van deze statie kort toelichtend vertellen.

- De deelnemers kiezen één van de beide figuren die ze doorlevend willen spelen: Jezus of Veronica.

- In navolging van Veronica benaderen de spelers die de rol van Veronica opnemen de gekwetste Jezus met zijn kruis, met een doek, om Jezus leed te verzachten. Al spelend trachten ze deze daad te doorleven.

- Ieder heeft een eigen wijze van benaderen en contact maken, een eigen wijze van het afwissen van een gelaat, een eigen wijze van weer weg gaan. Sommige deelnemers stellen deze handelingen zeer voorzichtig of aarzelend of met veel zorg en bezorgdheid, of snel en vluchtig, krachtig of doortastend... Ze maken gebruik van heel het doek of met een vochtig gemaakt puntje ervan...

- In deze benadering leggen de spelers vaak onbewust aspecten van zichzelf, de eigen gewoonten, betrokkenheid, houdingen en handelingen. Daarin ontdekken ze mogelijk een stukje van de eigen houterigheid, aarzeling, onwennigheid... Maar daarin oefenen ze ook een gedrag waarbij ze iemand een doek aan-dragen en daarmee het on-draaglijk lot van Jezus wat draaglijker maken.

- Anderzijds in de rol van Jezus durven ze hun gekwetst zijn tonen, durven ze iemand dichtbij laten komen en zich laten aanraken, verzorgen… Ze laten zich even door een ander dragen.

- De spelers bekijken de diverse afbeeldingen en prenten en de houdingen van Veronica en Jezus. Ze kunnen zich bij hun rolinleving door bepaalde gezichtsuitdrukkingen, handelingen en houdingen late inspireren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- De indrukken bij de afbeeldingen overwegen. Welke sluiten aan bij jouw beleving? Welke houding zou jij aannemen? Welke eerder niet? Hoe zou jij het zweet en bloed van iemand wegnemen?

- Zich inleven in de situatie van Jezus en van Veronica. De situatie uit de ‘kruisweg’ naspelen op je eigen wijze. Voldoende de tijd nemen om zich in te leven in de rol van Jezus of die van Veronica.  Ervaren, beleven hoe het voelt  om het gelaat van Jezus met een doek af te vegen?

- Vertellen aan elkaar wat er door hen heen gaat.

- Verwissel de rollen en doorleef de situatie opnieuw. Vertel elkaars belevingen en geef aandacht aan gelijkenissen en verschillen.

Welke elementen uit je eigen leven, het leven komen hierbij bij je op?

 

 

5. Variatie

Iemand speelt de lijdende Jezus. De ander speelt Veronica. Veronica gaat naar Jezus toe met haar doek en droogt zijn gezicht af.  Daarbij mag zij kort iets zeggen en Jezus mag kort reageren. Men kan het hierbij laten of nog even verder uitwerken. De speler in de rol van Veronica neemt afscheid van Jezus en gaat terug van waar ze kwam. Daar bekijkt ze het doek. Dan zegt ze wat er voor haar op het doek is achtergebleven. Dat kunnen andere dingen zijn dan de legende van Veronica aangeeft.  Vb. ‘Ik zie in dit doek hoeveel bloed er wel vloeit’; ‘Ik zie bloed, zweet en tranen’; ‘Ik zie alle ellende van de wereld die mensen aangedaan wordt’; ‘Ik kan het niet meer aanzien’;  ‘Ik zie het gezicht van mijn zieke bomma’.

 

6. Uitwisseling en afronding

Uitwisseling van belevingen en ervaringen.

Het spel wordt afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment en het tonen van de beelden bij het verhaal.

 

Bibliodrama

Kruiswegstatie 8: Jezus troost de wenende vrouwen

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Tableau vivant

Zie  werkvorm Statie 1

Meer informatie over de werkvorm: Naar >> Werkvorm Tableau vivant

2. Kruiswegstatie voorstelling: Lucas 23, 26-31

Een grote groep mensen liep achter Jezus aan. Er waren ook vrouwen bij die verdrietig waren en om Jezus huilden.

Maar Jezus draaide zich naar hen om en zei: ‘Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om mij. Jullie kunnen beter huilen om jezelf en om jullie kinderen.

Want er zal een verschrikkelijke tijd komen. Het wordt zo erg, dat de mensen zeggen: ‘Het is nu beter om helemaal geen kinderen te hebben. Vrouwen zonder kinderen hebben geluk. Als je nooit een kind kon krijgen, heb je nu geluk.’

 In die tijd zullen mensen tegen de bergen roepen: ‘Val toch op ons neer!’ En tegen de heuvels: ‘Bedek ons toch!’

Nu is het nog vrede. En kijk wat er met mij gebeurt! Wat voor verschrikkelijke dingen zullen er dan met jullie gebeuren als het straks oorlog is?’

 

3. Doelen

Doorleving van de verhaalfiguren en verhaalsituaties in de kruiswegstatie.

Zich laten raken door afbeeldingen van de kruiswegstatie en deze in samenspel doorleven

De eigen ervaringen in de rol van de uitgebeelde figuren verwoorden, spelen

De eigen belevingen aan elkaar uitwisselen.

Actuele situaties in een kruiswegstatie verbeelden en doorleven.

4. Verloop

- De situatie, de bijbeltekst voorlezen of vertellen.

- Uitvergrootte afbeeldingen van de statie op de grond neerleggen (een beperkte selectie)

- De situaties individueel bekijken

- Een groep van vier spelers vormen bij een afbeelding die de spelers het sterkst raken vormen

- In groep deze afbeelding bespreken en eigen associaties daarbij uitwisselen.

- Een figuur kiezen en deze doorleven

- Samen met de groep de hele scène doorleefd uitbeelden gedurende minimaal 15 seconden.

- De uitbeelding hernemen en de figuren een beweging laten maken en een uitspraak laten doen.

- De gespeelde rol afleggen en de eigen belevingen aan elkaar verwoorden in de uitwisseling.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

 

5. Variaties

- Met de zelfde groep spelers samen een andere afbeelding kiezen (uitgebreide selectie)

- Rondom een nieuwe selectie, een nieuwe groep spelers vormen

- Een 'eigen' creatie van een statie vormen met de groep spelers en deze tonen aan de andere groepen.

- Afbeeldingen van wenende vrouwen uit de actualiteit kiezen en doorleefd uitbeelden.

Hiervan een kruiswegstatie maken, spelen.

 

6. Afronding

Het spelgeheel wordt na de uitwisseling afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment

en het tonen van de beelden bij statie.

 

Bibliodrama

Kruiswegstatie 9 Jezus valt voor de derde maal

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Rolinleving - Roldoorleving

De rolinleving is bedoeld om de spelers van een verhaal

uit te nodigen om zich in het verhaalpersonage te verdiepen

en zich toe te eigenen.

Een rolinleving is noodzakelijk bij bijna elke spelvorm van bibliodrama.

In deze werkwijze wordt dit als werkvorm op zichzelf gehanteerd worden.

De werkwijze graaft dan verder in de betekenisgeving

van het verhaalpersonage en gebruikt bijkomende opdrachten

om de rolinleving te verdiepen.

We spreken dan van roldoorleving

Meer over de werkwijze en aanpak van een rolinleving en roldoorleving:

Naar: >> Werkvorm Rolinleving

2. Toelichting bij de kruiswegstatie

Het vallen van Jezus krijgt in de kruisweg een sterke benadrukking doordat Jezus in totaal drie keer valt. Het leven bestaat uit vallen en opstaan. Dat is een heel normale gang van zaken. Maar mensen en volken worden ook neergeslagen, vernederd en verdrukt. Daaruit opstaan, daar tegen in opstand komen, weer rechtop komen, vraagt veel inspanning, een zwaar kruis om te dragen. Blijvende onderdrukking zorgt dat mensen meermaals onderuitgaan... Dit vallen van Jezus onder het kruis, kunnen we doorlevend ervaren en contact maken met de eigen vormen en situaties van lijden vernedering, verdrukking...

3. Doelen

Het vallen van Jezus onder het kruis zelf doorleven.

Ervaren wat vallen, door de knieën gaan kan betekenen.

De eigen ervaringen van 'vallen' beleven in het spelen van de statie.

De ervaringen van vernedering en onderdrukking ervaren in het dragen van het kruis en het vallen onder het kruis.

Eigen levenservaringen van 'vallen' met elkaar delen.

4. Verloop.

- De situatie van het vallen van Jezus onder het kruis wordt kort geschetst.

- De deelnemers bekijken diverse afbeeldingen van deze statie in een veelheid aan kunstwerken. 

- De deelnemers geven weer wat hen treft, raakt, beweegt... bij het bekijken van de afbeeldingen.

- De spelers worden gevraagd wie er deze scène wil verkennen als Jezus die onder het kruis valt.

- De speler vertelt op welke wijze hij de scène wil spelen. Alleen als Jezus of met omstaanders (toeschouwers, medestanders, soldaten...)

- Er kan gebruik gemaakt worden van voorwerpen bijvoorbeeld een zware balk, een kruis, doeken, stokken...

- De speler(s) leeft, leven zich in en beelden de situatie uit.

- De begeleider vraagt de spelers iets van hun belevingen in woorden te uiten.

- Na het spelen worden de spelers ontrold en vertellen iets over hun belevingen aan elkaar.

- Daarna kunnen andere spelers zich inleven in de kruiswegstatie of in gekozen afbeelding.

5. Uitwisseling en afronding

Uitwisseling van belevingen en ervaringen.

Het spel wordt afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment en het tonen van de beelden bij het verhaal.

 

Bibliodrama

Kruiswegstatie 11: Jezus wordt aan het kruis geslagen

1. Omschrijving van de werkvorm: Rolinleving en Roldoorleving

Werkvormbeschrijving: zie Kruiswegstatie 9

Meer informatie over Rolinleving en Roldoorleving: Naar: >> Werkvorm Rolinleving

 

2. Kruiswegstatie voorstelling

Zo brachten ze Hem naar de plaats Golgota, wat vertaald wordt met Schedelplaats. Daar boden ze Hem met mirre gekruide wijn aan, maar Hij weigerde. Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren en dobbelden om wat ieder krijgen zou. Marcus 15, 22-24

Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet, sloegen zij Hem daar aan het kruis, en zo ook de misdadigers, de een rechts, de ander links.  

Lucas 23, 33

Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota.  Daar sloegen zij Hem aan het kruis, en met Hem nog twee anderen, aan elke kant een en Jezus in het midden. Johannes 19, 17-18

3. Actualisering

Het eenduidige vaderbeeld van God wordt vaak ter discussie gesteld.

Deze discussie heeft ook vragen opgeroepen rond de genderidentiteit van Jezus.

Kunstenaars hebben dat op vele wijzen in beeld gebracht.

Hoe vaak dragen vrouwen een veel zwaarder kruis dan mannen?

Hoe vaak wordt de vrouw telkens weer gekruisigd. De beelden uit de kunst roepen dat op.

De vele aanwezige vrouwen in de kruisweg versterken dat

Jezus’ moeder, Veronica, de wenende vrouwen, de vrouwen bij het kruis, de vrouwen bij het lege graf…)

In dit Bibliodrama wordt gewerkt met de vrouwelijke afbeeldingen van de Christusfiguur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Doelen

De afbeeldingen van de kunstenaars bekijken en de eigen belevingen en denkbeelden hierbij verwoorden.

Kruissituaties van vrouwen ter sprake brengen en eigen kruissituaties als vrouw verwoorden

De rol van een vrouwelijke christus doorleven, door de houdingen aan te nemen

De ervaring van Jezus of vrouwelijke Jezus, die op het kruis geslagen wordt doorleven.

De houdingen en belevingen van op het kruis geslagen en of opgehangen worden, doorvoelen en verwoorden

De ervaringen die bij het doorleven van het drama verbinden met ervaringen uit het eigen leven

5. Verloop

- De rol opnemen van Jezus die op het kruis genageld wordt, neerliggend als vrouw, als Christa, geïnspireerd door één van de beelden.

- Mogelijk door soldaten neergetrokken en op het kruis gedwongen.

- De eigen situatie als Jezus, als vrouw doorleven. Uitspreken, roepen… wat er door je heen gaat in deze situatie.

- De rol opnemen van Jezus die op het kruis genageld is, en rechtopstaand, als vrouw, als Christa, geïnspireerd door één van de beelden.

- De eigen situatie als Jezus, als vrouw doorleven. Uitspreken, roepen… wat er door je heen gaat in deze situatie.

- Na elk spel ontrollen en na enkele spelen belevingen en ervaringen uitwisselen.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

 

6. Afronding

Het spelgeheel wordt na de uitwisseling afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment

en het tonen van de beelden bij het verhaal.

Bibliodrama

Kruiswegstatie 12: Jezus sterft aan het kruis

1. Omschrijving van de werkvorm: Tableau vivant - Groepsinteractiespel

Werkvormbeschrijving: zie Kruiswegstatie 1

Meer informatie over werkvorm Tableau vivant: Naar: >> Werkvorm Tableau Vivant

 

2. Kruiswegstatie voorstelling

Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land, tot aan het negende uur toe. En op het negende uur riep Jezus met luider stem: “Eloi, Eloi, lama sabaktani?” Dit is vertaald: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Enkele omstanders, die het hoorden, zeiden: “Hoor, Hij roept om Elia.” Een van hen ging een spons halen, drenkte die in zure wijn, stak hem op een rietstok en bood Hem te drinken, terwijl hij zei: “Laat me begaan! We willen eens zien of Elia Hem eraf komt halen.” Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel van boven tot onder in tweeën. Marcus 15, 33 -38

 

 

3.Doelen

- De situatie in de kruiswegstatie verkennen, doorleven…

- Zich bewust worden van de eigen belevingen, associaties, herinneringen, levenservaringen

die bovenkomen bij een de confrontatie van rollen (figuren in een verhaal)

- De eigen handelingen, houdingen, verwoordingen… verkennen, oefenen, verdiepen...

- Verbindingen met het eigen leven ervaren, verwoorden, communiceren.

 

4. Verloop

- De bijbeltekst bij de statie wordt voorgelezen

- De afbeeldingen van kunstwerken worden door de spelers bekeken.

- De spelers zoeken zich met behulp van de prenten een eigen rol voor te stellen in de scène van de kruiswegstatie.

- De speler tracht zich de eigen voorstelling van de situatie van Jezus te verbeelden en te doorleven.

- De spelers nemen om beurten een plaats in op de speelscène en zeggen welke rol ze aannemen en er iets bij te vertellen.

- De spelers worden gevraagd zich allen in te leven en te voelen welke woorden er bij hen opkomen in de situatie.

- De tekst van het verhaal wordt nogmaals gelezen, als hulp bij de inleving.

- Elke speler mag om beurt heel kort in beweging komen en iets zeggen.

- Op het einde als iedereen aan de beurt is geweest, kan gevraagd worden om gezamenlijk in beweging te komen en een uitspraak te doen.

Zo komt het hele plaatje het tableau tot leven.

- Uitwisseling van de ervaringen bij het spel en van de geassocieerde levenssituaties.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

5. Mogelijk vervolgspel

- Het 'tableau vivant' kan verder gespeeld worden ( in plaats van afgerond en gevolg door een uitwisseling)

- De begeleider schakelt in de begeleidingswijze over op het begeleiden van een 'groepsinteractiespel' waarbij de verschillende personages uit de gespeelde afbeelding met elkaar in interactie kunnen gaan. Er ontstaat beweging en gesprek naar elkaar toe, tegen elkaar op, met elkaar mee...

-De begeleider leidt het geheel in goede banen zodat de interacties en tussenkomsten voor iedereen voldoende helder blijven en ieders inbraeng een plaats krijgt.

Meer informatie over het begeleiden en vormgeven van deze bibliodramawerkvorm: Naar >> Werkvorm Groepsinteractiespel

6. Bijhorende spelscènes

 

6.1. Maria en Johannes onder het kruis.

Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw zie daar uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis. Johannes 19,25-27

Verloop:Telkens twee spelers in de rol van Maria en van Johannes. De spelers leven zich in en nemen als Maria of Johannes een houding aan bij het kruis. De begeleider leest de bijbelwoorden voor. Maria en Johannes vertellen aan elkaar hoe ze deze woorden begrijpen. 

6.2. Sterfscène.

Het bijbeltekstfragment wordt meermaals gelezen.

Jezus spreekt aan het kruis zijn verlatenheid uit. "Mijn God Mijn God Waarom heb je mij verlaten"

Alle spelers leven zich als Jezus op het kruis. Ze nemen een houding aan zoals ze die aanvoelen. Om beurt kunnen de spelers nu deze woorden op eigen wijze doorleeft uitspreken, mompelen, roepen, schreeuwen... zoals zij die zich voorstellen, ervaren, in hen zelf voelen opborrelen.

Variatie: Zelfde opbouw. De spelers geven een eigen interpretatie van de Jezus woorden en spreken, mompelen, schreeuwen... hun eigen Godsverlatenheid, of wat er bij hen daarbij opborrelt, op eigen wijze en met eigen woorden, uit.

6. Afronding

Het spelgeheel wordt na de uitwisseling afgerond met de lezing van het bijhorend (bijbel)tekstfragment

en het tonen van de beelden bij het verhaal.

Bibliodrama

Kruiswegstatie 15: Het lege graf - De opstanding

Een aantal kunstenaars die een kruisweg creëren voegen een extra 15de statie toe aan de kruisweg waarbij ze de opstanding na het lijden van Jezus verbeelden. Ze doen dat vaak op twee wijzen. Ze verbeelden daarbij een verhaal(fragment) uit de evangelieverhalen m.n. een lege graf verhaal. Anderen kiezen er voor op het gegeven van opstanding en verrijzenis te verbeelden.

In dit eerste deel wordt er gewerkt met de lege graf verhalen.

 

1. Omschrijving van de werkvorm: Plaats van gebeuren

In verhalen komen verhaalfiguren op bijzondere plekken. Ze beklimmen een berg, dalen af in een grot, verdwalen in de woestijn, komen bij een bron, put, graf, een toren, poort, stad, rivier. Het ontmoetingsgebeuren bij een bijzondere plaats uit het verhaal wordt in de speelruimte vorm gegeven en de spelers trachten het gebeuren te doorleven in de lijn van het verhaalpersonage of op eigen wijze. Zo’n ontmoeting bestaat uit drie delen. De weg er naar toe, het moment, het gebeuren van de ontmoeting met de plaats van het gebeuren, het nabij zijn, en het weer weggaan, verder gaan, getekend door de ontmoeting. Samenvattend: De heenweg, de plaats van gebeuren, de terugweg.

Meer informatie over deze werkvorm: Naar >> Werkvorm Plaats van gebeuren

 

2. Kruiswegstatie voorstelling

Op de eerste dag van de week echter gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: 'Wat zoekt ge de Levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en aan het kruis geslagen, maar op de derde dag verrijzen.' Zij herinnerden zich zijn woorden, keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen. Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde. Maar dat verhaal leek hun beuzelpraat en zij geloofden het niet. Toch liep Petrus ijlings naar het graf, bukte zich voorover, maar zag alleen de zwachtels. Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over wat er gebeurd was. Lucas 24, 1-12.

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden. Marcus 16, 1-8

 

 

 

 

 

3. Doelen

De het gebeuren van een verhaal op een bepaalde betekenisvolle plaats doorleven.

De betekenis van deze plaats of dat ogenblik in het verhaal zelf beleven en doorvoelen.

Het proces van onderweg zijn naar die plaats, het aanwezig zijn bij de plaats en het ervan terugkeren, sterk bewust worden.

De betekenissen die deze ervaring opwekt verbinden met de eigen levenssituatie.

 

4. Verloop

- Het verhaal lezen.

- Zich inleven in de rol van de vrouwen die naar het graf gaan.

- De spelers beginnen het spel in de ruimte op een zekere afstand van ‘het lege graf’ (reeks stenen die het graf voorstellen.)

- De weg er naar toe bepalen ze zelf, of wordt ten dele door de begeleider aangegeven.

Bijvoorbeeld: slechts drie stappen achter elkaar zonder rustpunt.

- De heenreis naar het graf en de terugreis verlopen in stilte. Mogelijk wordt gebruik gemaakt van sfeervol, gepaste muziek of zang.

- De persoonlijke doorleving en de introspectie van de speler krijgen daardoor meer gerichte aandacht. ​

​- De spelers benaderen de plaats van het graf en nemen een houding er tegenover aan.

Nabij of verder af... Zittend, knielend, staand, liggend… Toegewend of afgewend…

De tijd, de stilte, de aandacht, de spanning… voldoende ruimte geven.

De inleving laten toenemen. Bewust worden van de eigen beleving en verhouding tot de plaats van gebeuren, tot het gebeuren.

- De spelers kunnen een indruk of een gedachte weergeven bij het gebeuren.

- Daarna vatten de spelers de terugkeer aan. Ze worden zich vooraf bewust over wat ze mee nemen uit de ontmoeting met het graf.

Wat draagt men verder met zich mee, waar draagt men het naartoe, wat doet men er verder mee.

- De terugweg van de vrouwen verloopt in het besef van: wat vertel ik aan ‘de elf ‘en ‘de anderen’.

- De vrouwen die teruggekeerd zijn kunnen iets zeggen van hun ervaring bij het graf.

- De spelers leggen hun rol af na de terugkeer en nemen plaats op een stoel

- Uitwisseling: Belevingen en levenservaringen worden met elkaar gedeeld

- Het Bijbelverhaal wordt als afronding gelezen.

5. Variatie:

Op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala, in alle vroegte, terwijl het nog donker was, naar het graf en zag dat de steen voor de opening van het graf was weggehaald.  IJlings liep ze naar Simon Petrus en de andere leerling, die van wie Jezus hield. 'Ze hebben de Heer uit het graf gehaald', zei ze. 'Wisten we maar waar ze Hem hebben neergelegd!' ... Daarop gingen de leerlingen terug naar huis.

Een andere aanpak vind je :

- Elders op deze website: Naar >> Verhalen Het lege graf

- In het boek: Bibliodrama begeleiden. Wegwijzers voor de praktijk pp. 149-156: Naar >> Boeken

Bibliodrama

Kruiswegstatie 15 Opstanding

 

In opbouw

1. Kruiswegstatie voorstelling

 

Op de dag na de heilige rustdag gingen Maria Magdalena en de andere Maria 's morgens al heel vroeg naar het graf. Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van de Heer God kwam uit de hemel. Hij ging naar het graf, rolde de steen voor de ingang weg en ging daarop zitten. Hij was zo verblindend als de bliksem en zijn kleren waren zo wit als sneeuw. De bewakers waren zó bang van hem, dat ze flauwvielen. Maar de engel zei tegen de vrouwen: "Wees niet bang. Want ik weet dat jullie Jezus zoeken, die gekruisigd is. Maar Hij is hier niet. Hij is opgestaan uit de dood, zoals Hij van tevoren heeft gezegd. Kom maar kijken waar Hij heeft gelegen. Mattheus 28, 1 - 6

 

2. Doelen

- De situatie in de kruiswegstatie verkennen, doorleven…

- De situatie van verdrukking, onrecht, dood... in het eigen leven bewust worden

- Voeling trachten krijgen met elementen van hoop op verandering, opstanding...

- Verbindingen met het eigen leven ervaren, verwoorden, communiceren.

- De eigen ervaringen mogelijk verbinden met de voorstellingen van de kunstenaars

 

3. Verloop

- De bijbeltekst wortd gelezen

- Afbeeldingen van de opstanding worden bekeken en becommentarieerd vanuit eigen geraaktheid.

- De eigen situatie(s) van verdrukking, vernedering, ontmenselijking, dood... voor de geest halen.

- De situatie van het lijden van Jezus voor de geest halen en doorleven.

- Een groot wit laken nemen en er zich op eigen wijze mee inwikkelen

- In de ruimte plaats nemen, staand, zittend, liggend...

- De situatie opnieuw doorleven als Jezus die na zij kruis en dood, ingewikkeld in doeken, is in het graf gelegd.

- De eigen situatie(s) van verdrukking, vernedering, ontmenselijking, dood... mogelijk hiermee verbinden.

- De begeleider leest nogmaals de de bijbeltekst en geeft aan de spelers de mogelijkheid aan

om vanuit hun situatie van Jezus in het graf mogelijk in beweging te komen, iets van opstanding te ervaren en daar vorm aan te geven.

- Elke speler doet dit op eigen ritme en ervaring

- Mogelijk kunnen ze daarbij ook iets in woorden zeggen.

De schreeuw van de kruisboom

De schreeuw van de uitgeslotenen

Onderstaand schilderij is een deel van een groter geheel. Het is gegroeid uit een vastenactie in Brazilië in 1995 die doorloopt tot nu. Ondertussen zijn er meerdere schilderijen ontstaan. Ze zijn samengebracht in de Missiezendingskalender mede verspreid door ‘het comité van missionerende instituten v.z.w.’ en uitgegeven door de Nederlandse zendingsraad.

 

1. Het bekijken van het schilderij.

Wat zie je allemaal, wat associeer je, wat valt je op?

2. Eigen associaties, belevingen, denkbeelden bij het schilderij

- Wat  voel je, bedenk je associeer je bij dit schilderij? Waar kan het naar verwijzen?

- De titel bij dit schilderij is: ‘de schreeuw van de uitgeslotenen’

Waar hoor je een schreeuw uit opklinken? Waar zie je iemand schreeuwen?

Hoe versta je dan wat er op het schilderij te zien is?

Waar herken je uitgeslotenen?

Wat zijn hun verzuchtingen denk je, weet je?

- De schilder Pavel Egüez zegt:

“Als ik Jezus afbeeld, schilder ik hem niet als een mysterieuze, onaantastbare figuur, maar als een levende persoon die uit solidariteit de mensen in hun leefwereld beschermt.' Hij laat de aarde schreeuwen, omdat haar bossen worden gekapt, haar dieren verjaagd, haar water en haar bodem bevuild. Dat schreeuwen is ten hemel schreiend. God, de hemel, de engelen, zij lijden mee.”

Wat ervaar je associeer je, bedenk je daarbij

Meer hulplijnen en vragen bij het bekijken en interpreteren van bijhorende kijkplaat: PDF aanklikken

3. Spelverloop

- De deelnemers kiezen een figuur, dier, plant uit het schilderij waardoor ze geraakt worden, waarmee ze zich verbonden voelen...

- Ze leven zich in, in de hun gekozen rol en trachten deze te doorleven.

- In samenspraak met elkaar trachten ze het schilderij op één of andere wijze samen te stellen.

- Ze stellen zich dicht bij elkaar op, elkaar aanrakend, in elkaar overgaand, vervlochten als op het schilderij.

- Ze stellen zichzelf kort voor: 'Ik ben....'

- Ze vertellen aan elkaar wie ze zijn en waar ze voor staan, welke oproep ze doen, welke schreeuw ze willen laten horen.

- Ze kunnen aan elkaar om verduidelijking vragen stellen. Vb.:

Mooie bloem in het oerwoud, wat maakt je situatie zo verdrukt?

Witte duif waarvoor gebruik jij je vleugels als handen?

Paradijsvogel, wat doen je met mijn honing?

Meisje met de bloem, waarom toon je die zo duidelijk?

- Afsluitend kunnen alle spelers tegelijk hun eigen schreeuw laten horen.

4. Afronding

Het spelgeheel wordt hierna afgerond met een uitwisseling van ervaringen en verbindingen met het eigen leven.

Meer informatie over het verloop van de  uitwisseling: Naar  >> Uitwisseling

5. Variatie

Werkwijze: idem bovenstaande

Latijns Amerika, 1992: Op weg naar een nieuwe wereld

De Argentijnse schrijver, schilder en beeldhouwer Adolfo Pérez Esquivel vindt zijn inspiratie bij mensen als Ghandi en Martin Luther King: de geweldloze strijd voor een goede en rechtvaardige zaak. Vanuit die bewogenheid zet hij zich al vele jaren in voor de zaak van armen en verdrukten. Hij zat er ook anderhalf jaar lang voor in de gevangenis. In 1980 werd hem de Nobelprijs voor de vrede toegekend.

De aanleiding van dit hongerdoek is de herdenking in 1992 van de ‘ontdekking’ , zeg beter 'onderdrukking', van Amerika in 1492.

Voor de oorspronkelijke bewoners heeft dat weinig geluk gebracht. Ze werden onderworpen, van mensen tot dingen gemaakt, tot slaven van de blanke overheersers. Hun eeuwenoude cultuur beeldde Esquivel midden boven af: de poort van de zon in Bolivia, Machu Picchu in Peru, de piramides van de Azteken en Maya’s in Midden Amerika. De resten daarvan wekken nog steeds ieders verbazing. De gouden zon is voor de indianen het beeld van God, tegen van hoop en toekomst. Links op het hongerdoek schildert hij het minder mooie heden: krottenwijken, vervuilende industrieën, verstedelijking en onderdrukking door de politie van straatkinderen, werklozen en andere armen.

Maar er is ook hoop. Vooraan op het doek zien we de verrezen Christus. Met hem trekken op landloze boeren die op zoek zijn naar het van hen afgenomen land, verdwenen kinderen, de vermoorde leider van de rubbertappers in Brazilië Chico Mendes, en de Guatemalteekse catechist Vincente Menchu, de vader van Rigoberta Menchu, nobelprijs winnares van de vrede, eveneens vermoord. Ook Bisschop Romero zien we, de ‘dwaze moeders’ uit Argentinië, de Indiaanse leider Tupac Amaru en de legendarische Braziliaanse slavenleider Zumbi. Samen met vele anderen die hun leven hebben gegeven is Jezus op weg naar een nieuwe wereld.