WERKVORMEN

Model

Omschrijving

De werkwoorden in verhaalteksten geven de handelingen van personen aan. Ze tonen een proces van verandering.

De werkwoorden zijn dus ‘doe-woorden’, woorden om (na) te doen. Het zijn meestal gedragingen die de moeite zijn om na te volgen omdat ze suggesties inhouden om mens en wereld te veranderen.

Door het spelen van de werkwoorden uit verhalen leren kinderen concrete waardevolle gedragingen proeven, verkennen, doorvoelen, uitproberen, inoefenen, zich eigen maken. Al te vaak worden kinderen waarden voorgehouden in woorden, maar leren ze nooit ‘hoe’ ze dit moeten doen. Ze leren zelden lijfelijk een ander gedrag. Een nieuwe gedraging leren vraagt de nodige tijd: om te leren uit voorbeelden, om er zin in te krijgen, om het te imiteren, om het effect voor zichzelf en bij anderen te zien, om de weldaad van het nieuwe gedrag te ervaren, om het zich lichaamseigen te maken, in te oefenen…

 

Deze werkvorm kan ook gehanteerd worden om ervaringen te doorleven van mensen die negatieve belevingen van werkwoorden moeten ondergaan. Kromgebogen zijn, geketend, verlamd, verblind, verstomd…. Ook werkwoorden die eerder verdrukkend dan helend werken kunnen leerrijk zijn om uit te beelden. Werkwoorden als kwaadspreken, uitschelden, doen zwijgen, in bekoring brengen,  er omheen lopen, vernederen… Het herkennen van dit gedrag bij zichzelf en hun omgeving en het stilstaan bij de betekenis die dit heeft of teweegbrengt, is belangrijk als bewust wordingsproces o.a. om zich er tegen te wapenen.

 

Doelen

De handeling van een werkwoord op eigen wijze uitbeelden en doorleven.

De houdingen en handelingen van medespelers proeven, imiteren, versterken, verzachten…

Doorheen de uitbeelding en doorleving de betekenis voor het eigen leven ervaren.

Door herhaling, aanpassing, verandering, verdichting… het werkwoord uitdiepend betekenis geven voor zichzelf.

Door mee te spelen met anderen voorbeelden van ander gedrag aanreiken.

Ervaren belevingen en betekenissen uit het verhaal uiten en uitwisselen.

Een werkwoord dramatisch versterken, inoefenen en actualiserend verwerken.

 

Spelverloop

1. Verhaaltekst lezen

De verhaaltekst wordt gelezen en de boeiende werkwoorden worden uit de tekst gelicht.

Samen één werkwoord uitkiezen dat boeit, hen raakt, een uitdaging vormt…

Een werkwoord kiezen dat het meest bij de doelen aansluit…

Een werkwoord selecteren dat een heldere gedraging inhoudt en in een korte beweging uitgebeeld kan worden: vb luisteren, zien, vragen, opstaan, vertrekken, aanraken, vallen, dragen, gaan, openen, buigen, medelijden voelen, omkeren, brood breken, treuren, zegenen, zenden, zalven… 

 

2. De doelen en de werkwijze toelichten.

3. De spelruimte aangegeven en de plaatsing van de spelers.

De  spelers verdelen zich over twee gelijke groepen. De beide groepen stellen zich in twee rijen tegenover elkaar op aan de beide zijden van het speelveld. De afstand is minimum vijf stappen en maximum tien stappen van elkaar.

 

4. Werkwoorden spelen

De spelers wordt gevraagd zich het uitgekozen bijbelse werkwoord voor de geest te halen. Even stilte maken, de ogen sluiten , nadenken, voelen… Wat roept het werkwoord voor hen op aan belevingen, aan voorstellingen, aan associaties, aan personen, aan gedragingen, houdingen… Wat ervan komt nu het meest naar voor?

 

De spelers worden uitgenodigd om een beweging te zoeken die bij de eigen beleving van het werkwoord past.

Het spel begint bij één groep. Iemand  ervan zet een stap naar voor, leeft zich in en beeldt ‘kort en zonder woorden’ zijn/haar werkwoord uit, liefst in één gebaar. De eindhouding wordt een tiental seconden vastgehouden. Niet alleen de houding is van belang, ook de gezichtuitdrukking, de beleving moet te ziet, te voelen zijn.

 

De spelers van de overstaande groep observeren de beweging van de eerste speler goed en doen deze beweging en houding, allen samen tegelijkertijd zo juist mogelijk na. Ze proberen ook het gebaar, het werkwoord zo goed mogelijk te doorvoelen. Ieder houdt de gedraging nog enkele seconden vast nadat de laatste beweging is verstild.

 

De toeschouwende leden van de eerste groep (van de eerste speler) vertellen welke belevingen er bij hen opkomen bij het zien van die beweging(en) van de uitbeeldingen van de andere groep. Belevingen die de gedragingen bij hen hebben opgeroepen, losgemaakt, teweeg gebracht… Uiteraard geen beoordelingen of commentaren over de spelers zelf.

Als laatste verteld de eerste speler die het werkwoord het eerst heeft uitgebeeld wat hij zelf beleefd heeft en wat hij heeft gevoeld bij de uitbeelding door de anderen.

 

Daarna herhaalt zich het geheel enkele malen om beurten, telkens met andere aangevers van een andere speelgroep.  Elk kind dat als speler het werkwoord uitbeeldt, doet dit op geheel eigen wijze. Zo worden diverse belevingen en betekenissen van het werkwoord uitgebeeld en kan ieder ervan proeven, de houding verkennen en vertellen wat het aan diverse belevingen oproept.

 

5. Uitwisseling

De kinderen vertellen aan elkaar wat het spelgebeuren bij hen heeft opgeroepen, wat ze erbij gevoeld, gedacht en geassocieerd hebben. Ze staan stil bij wat sommige houdingen voor hen betekenen en vertellen daarover aan anderen. Aan kinderen wordt gevraagd aan te geven wat het belang is in het werkwoord: voor henzelf, de groep, de omgeving, de maatschappij, hun levensoriëntatie, geloof...

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling

 

Variaties en uitbreidingen

- De tegenspelers beelden tekens versterkingen of vergrotingen uit van de uitbeelding van de aangever (= de speler die telkens als eerste het werkwoord uitbeeldt).

- De tegenspelers beelden verzachtingen of verkleiningen uit van de uitbeelding van de aangever.

- De tegenspelers beelden één na één de gedraging van de aangever uit i.p.v. tegelijk.

Ze gaan daarbij ook heel dicht bij elkaar staan zodat ze één groep vormen.

- De toeschouwers beelden eveneens de uitbeeldingen van de tegenspelers uit.

- De aangever gebruikt bij de uitbeelding ook enkele woorden. Woorden die ook herhaald worden door de tegenspelers.

 

 ​Aandachtspunten

 

 

Elkaars houdingen overnemen bevorderd het aanleren en het zich eigen maken van een gedrag

De kinderen kunnen zien hoe anderen hun houding verstaan, begrijpen en krijgen een spiegel voorgehouden. Ze krijgen te horen wat andere kinderen beleven in die houding. Ze leren de diversiteit aan houdingen, belevingen en betekenisgeving kennen.

 

Wanneer een bepaalde houding tegelijkertijd  door meerdere spelers wordt overgenomen en uitgebeeld krijgt dit een visueel verstekend effect, niet alleen voor het oog maar ook voor het gemoed, het hart, de ziel… Door heel dicht bij elkaar de uitbeelding vorm te geven: de ene speler een beetje voor, achter onder over… de ander heen, geeft het geheel een bijkomend theatraal en kunstzinnig effect. Bijbel en kunst zijn altijd hand in hand gegaan.

 

 

​​Meer informatie over de werkvorm: Werkwoorden: Zie boek: Bibliodrama spelenderwijs met kinderen. >> Naar Boek

TOEPASSING

 

De verlamde door vier mannen gedragen

Marcus 2,1- 12

Verhaaltekst

Toen hij enige dagen later in Kafarnaüm was teruggekeerd, en men hoorde dat Hij thuis was, stroomden de mensen in zulk een aantal samen, dat zelfs de ruimte voor de deur geen plaats meer bood toen Hij hun zijn leer verkondigde. Men kwam een lamme bij Hem brengen, die door vier mannen gedragen werd. Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen hem dicht bij Jezus te brengen, legden ze het dak bloot boven de plaats waar Hij zich bevond, maakten er een opening in en lieten het bed, waarop de lamme uitgestrekt lag, zakken. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: “Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.” Er zaten enkele schriftgeleerden bij en dezen zeiden bij zichzelf: “Wat zegt die man daar? Hij spreekt godslasterlijk! Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen? Uit zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden, en Hij zei hun: “Wat redeneert gij toch bij uzelf? Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op, neem uw bed op en loop?Welnu, opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven, sprak Hij tot de lamme: Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.” Hij stond op, nam zijn bed en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten. Iedereen stond er versteld van, en ze verheerlijkten God en zeiden: “Zoiets hebben wij nog nooit gezien.”

 

 

Dragen en gedragen worden

 

Meervoudige betekenis van het werkwoord 'dragen'

Dragen  is iets of iemand boven de grond houden en verplaatsen, zo ondersteunen dat het niet kan vallen of zakken. Met het lichaam of een deel daarvan ondersteu­nen, vasthouden en vervoeren. Kinderen dragen een rugzak, boekentas, hun huisdier of boodschappen. Ze dragen ook een T-shirt, een jas, een muts. Ze dragen oorbellen, kettinkjes of reclame op hun kledij. Dragen is ook iets bij zich hebben, op zich dragen. Het betekent het ook zich in een bepaalde toestand houden, zich zus of zo gedragen.Het betekent ook iets op zich nemen, de kosten of de lasten van iets dragen. Meer nog betekent dragen iets (te) verduren (hebben) zoals een verdriet of verdrukking te verdragen hebben. Het betekent ook zwanger zijn, een kind dragen, vol-dragen zijn.

Heel wat voorvoegsels verrijken de inhoud van het woord 'dragen'. Aan-dragen. Over-dragen. Ver-dragen. Mee-dragen. Op-dragen...

 

Kinderen dragen boekentassen. De boekentas draagt boeken en brooddozen De brooddozen dragen boterhammen en boterhammen dragen boter en beleg. Boeken dragen woorden en woorden dragen betekenissen....

De vloer draagt kasten. De kast draagt laden en laden verfdozen. Verfdozen dragen verf kleuren en borstels. Wat dragen de kasten nog ?

Een kind draagt een pull en de pull een sieraad. Het sieraad draagt betekenis en herinnering aan oma met zich mee. Een kind draagt z’n oma mee en die oma draagt een naam. Wie wordt hier nog allemaal mee binnengedragen?

Een kind draagt een broek en in die broek een zakdoek. Die zakdoek draagt een knoop en daarin een steentje en dat steentje draagt een geheim en het geheim draagt angst om ontdekt te worden en het geheim is van een vriend. Het kind draagt z’n vriend.

 

Door bewust wording van de vele betekenissen van dragen en van de ruime aanwezigheid van dit woord in de dagelijkse leefwereld van mensen kunnen de kinderen de rijkdom en de betekenis van dit woord meer en meer gaan vatten

 

Doelen

 

De meervoudige aspecten van het concrete 'dragen' verkennen.

Lijfelijk ervaringen van dragen en gedragen worden opdoen

De figuurlijke betekenis van dragen verkennen

Zich bewust worden van eigen wijzen van dragen en gedragingen

Zich bewust worden van de draaglast en van de eigen draagkracht

Zich oefenen in het (samen) dragen.

Voelen hoe het is zich gedragen te weten.

De mogelijke betekenis van het dragen van een verlamde in het verhaal verkennen en oefenen

Spelverloop

Het dragen beleven

De veelzijdige betekenis van het woord 'dragen' verkennen. Niet alleen cerebraal maar aan den lijve in de hoop dat de onderliggende realiteiten van het woord  helderder worden. Het is didactisch van belang eerst de letterlijke aspecten van het dragen te verkennen en daarna, daar doorheen ook de figuurlij­ke. Dat geeft als voordeel dat kinderen sneller de draagsituaties uit het verhaal gaan verstaan en de realiteitswaarde ervan beter kunnen inschatten.  De concrete moeilijkheden en de moeite die het dragen kost wordt voelbaar. Men voelt ook de personen die men draagt en die men lijfelijk nabijkomt. De betekenis van het aanraken en aangeraakt worden. Maar ook het zelf gedragen worden is een hele openbaring, een zaligheid als men zich uit handen durft geven zich in de handen van een ander kan overgegeven....

 

Wijzen van dragen verkennen

 

- Individuele oefeningen waarbij we het dragen uitbeelden. Iedereen beeldt op de eigen wijze uit hoe zij/hij (iets) (iemand) draagt. Iedereen staat verspreid over de vrije ruimte. Een boekentas dragen in de hand , op de rug, een lichte , een zware. Een handtas dragen, een schoudertas, een aktetas, eenmand, een doos, een grote doos... Een geschenk aandragen, bloemen aandragen, iets heel duurs, iets heel breekbaar...

- Samen dragen, per twee: een doos, een zware zak, een grote steen, een lange bank, een glazen ruit, een ladder, een draagber­rie, een dunne stok. Geef aandacht aan het hoe en aan je belevingen daarbij.

 

Dezelfde oefeningen maar nu met werkelijke voorwerpen

Elkaar dragen

- Per twee of drie elkaar dragen. Zoek naar meerdere manieren om elkaar te dragen.Op de rug, op de schouders, rond de buik, op je schoot, in je armen... Ervaar de zwaarte, de lichtheid, het onhandige, het contact... Geef aandacht aan je belevingen, bedenkingen,...

- Per drie of vier kinderen verschillende piramides bouwen naar keuze zoals aangegeven op de tekening. Het vierde kind is degene die helpt en ondersteunt.

- Met de helft van de klas een zo groot mogelijke piramide bouwen. Met heel de klas een piramide bouwen

 

 Bestudeer een aantal foto's waarbij mensen elkaar dragen. Welke belevingen lees je uit hun houding en expressie af, hoe (ver)houden zij zich tot elkaar. Vertel er over aan elkaar Probeer die houdingen bij elkaar uit. Probeer daarbij ook je juiste uitdrukking en gevoelens weer te geven. Welke gevoelens, associaties roept het bij je op als je dit nu nadoet.

 

De mannen die de lamme dragen

Verkennend dragen

Per zes personen. Iemand legt zich neer op de grond en wordt door de vijf anderen opgetild en rondgedragen. Sta stil bij de handelingen, de taal, de belevingen... Waar ondersteun je iemand, waar heeft iemand steun nodig, spreek je met elkaar,met de opgetilde, zijn er afspra­ken nodig, is iemand ronddragen eenvoudig voor de dragers, is kracht, grootte enz op elkaar af te stemmen... Wat ervaar je allemaal als je aangeraakt, opgetild, rondgedragen wordt? Wat aan angst, onzekerheid, twijfel, spanning enz. gaat er door je heen. Wat is (wordt) aangenaam, opluchtend, deugddoend, anders...

 

Dezelfde oefening maar nu wordt iemand in een doek gedragen, op een lange bank, op een draagberrie, op een veldbed

Verken verder verschillende situaties. Een gekwetste wordt heel voorzichtig opgetild.Een gekwetste wordt zeer snel en dringend weggevoerd. Iemand wordt op de schouders getild een rondgedragen, gelopen... Er wordt een optocht, een triomftocht gehouden, een begrafenis...

Zich inleven in de verhaalcontext

De concrete verhaaltekst lezen.

Zich inleven in de dragende verhaalfiguren of in de persoon van de verlamde.

Het dragen van de vier mannen uit het verhaal verkennen

Het dragen verkennen met obstakels.

Verwoorden hoe het voelt als er geen plaats geboden wordt.

Uitwisseling

Uitwisseling van belevingen en ervaringen

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling

Aandachtspunten

Alle oefeningen zijn gericht op het zich bewust worden van de eigen belevingen en associaties die opkomen tijdens de oefeningen. Het vraagt om introspectie. Wat doet het mij, waar raakt het mij, wat leer ik er uit, wat zegt dit over mijn leven en het leven.