WERKVORMEN

Model

Omschrijving

Deze werkvorm is gericht op het kennismaken met of het verkennen van een figuur uit religieuze verhalen. In bijbelverhalen is vaak weinig te vermenen ver de belevingen en de motieven van handelen van de bijbelse personages. Mensen vragen zich af wat er mee heeft gespeeld bij belangrijke beslissingen. Ze willen weten wat de gevolgen zijn geweest of hoe het met deze persoon verder in zijn leven verder is gesteld Dit spel geeft de spelers de kans om aan een bijbels figuur dit soort vragen te stellen. Niet alleen vragen stellen maar ook antwoorden horen. De nadruk kan hierbij liggen op het verkennen van het verhaalpersonage zelf, in de context van het verhaal of de geschiedenis.

 

Doelen

Verkennen van een religieus (verhaal)personage tegen de achtergrond van het verhaal of de tekst en de andere verhaalfiguren, medespelers en tegenspelers.

Ervaren wat er mogelijk door een religieus fi­guur heengaat in bepaalde situaties.

Verkennen van de motieven van de handelende personen,  intellectueel en emotioneel.

Handelingen en woordgebruik van de figuur al spelend verkennen. Ook de eigen zienswijze en (ver)houding t.a.v. deze figuur, de bedenkingen, kritieken, het onbegrip, kwaadheid of bewondering kunnen worden verkend.

Beschouwen van de betekenis en de invloed van de concrete economische, politieke, socio-culturele en religieuze levensomstandigheden in de levenscontext van deze figuur.

Stilstaan bij wat er bij de speler leeft aan vragen, verwachtingen, opvattingen in relatie tot de verhaalfiguur.

Stilstaan bij de eigen perceptie en verhouding tegenover de verhaalfiguur.

De persoonlijke geraaktheid, de eigen betrokkenheid op de verhaalfiguur exploreren en stilstaan bij de eigen religiositeit

 
Spelopstelling

 

 

                                             Y

 

            X                                                                    X

              X                                                               X

                 X                                                        X

                    X                                                X

                        X                                        X

                             X X X X X X X X X X

 

Y = open stoel

X = deelnemers die op stoelen zitten                                                                      

 

Spelverloop

1. De begeleider licht de doelstellingen en het verloop van de oefening toe.

Hij geeft duidelijk aan hoe er gewerkt zal worden en illustreert dit met een voorbeeld.

De deelnemers zitten liefst op stoelen die in een halve cirkel of U-vorm zijn geplaatst.

Er moet ruimte zijn voor de begeleider tussen de stoelen en de muren van het lokaal,

zodat hij zich achter de deelnemers kan begeven om het spel vlot te begeleiden.

De begeleider zet zorgvuldig een lege stoel voor de groep neer.

Zorg voor voldoende ruimte tussen de stoel en de deelnemers.

2. Hij vraagt de deelnemers zich een vooraf bepaald bijbels personage in hun verbeelding op de open stoel te laten plaatsnemen.

Bij jonge kinderen kan een verhalende inleiding helpen.

3. De begeleider nodigt de deelnemers uit om hun vragen te stellen of hun bedenkingen te geven aan de bijbelfiguur.

4. Daarna kunnen de (andere of dezelfde) deelnemers als bijbelfiguur reageren op de uitspraken.

Daartoe stellen ze zich achter de open stoel op, leggen hun handen op de leuning van de stoel als teken van identificatie met dit ingebeelde personage en geven als personage antwoord op de gestelde vraag.

Meerdere deelnemers kunnen op één zelfde vraag antwoorden.

Zeer verschillende antwoorden zijn hierbij mogelijk.

Ze geven voor de vragensteller een keuzemogelijkheid om zich een gepast antwoord op de vraag toe te eigenen

 

5. Als alle vragen zijn gesteld en de antwoorden gegeven, wordt het religieus personage bedankt voor haar/zijn aanwezigheid.

De persoon wordt symbolisch uitgeleide gedaan. En de stoel wordt omzichtig 'ontrold' De stoel wordt opzij gezet.

 

6. Uitwisseling van belevingen en ervaringen

Er wordt ruimte gemaakt voor de uitwisseling van belevingen en ervarin­gen van de spelers en de verbindingen die ze ervaren met het eigen leven.

Meer informatie over de  uitwisseling: Zie >> Begeleiden Uitwisseling

6. Ten slotte wordt het verhaal herlezen.

Meer over deze werkvorm in het boek:  Bibliodrama begeleiden. Wegwijzers voor de praktijk. Zie  >>  Boeken

Andere werkwijzen met deze werkvorm in het boek : Verhalen in beweging. Werkboek voor bibliodrama. Zie >> Boeken

 

Aandachtspunten

 

* Plaats van de begeleider

Bij de voorstelling van de werkvorm en bij het introduceren van het religieus personage op de stoel sta je als begeleider voor de groep. Nadien neem je plaats achter de groep. Zo kan je gemakkelijk de kinderen stimuleren en ook bijspringen. Je ondersteunt de blikrichting van de groep naar de figuur toe. Je kan zelf ook makkelijk vragen stellen.  Je kan een groot deel van de kinderen bekijken op hun reacties. Je kan makkelijk van plaats veranderen als je de anderen wil zien.

 

*Houding van de begeleider

De houding is altijd ondersteunend en stimulerend.  Ze bevestigt  af en toe de vragen en de antwoorden. Als begeleid(st)er spreek je  vanuit je zelf, in de ik-vorm. Uitspraken als: 'Dat vind ik een goede vraag’  kunnen niet omdat ze een beoordeling inhoudt. Trouwens elke vraag in dit spel is een goede vraag.

 

Inhoudelijke tussenkomsten dienen om het gesprek een nieuw elan te geven of om vergeten aspecten in het vizier te brengen. Er kunnen tussenkomsten zijn om het stilgevallen gesprek weer opgang te blazen. Of om elementen die tussen de plooien zijn gevallen weer op te vissen. Je kan ook een vraag stellen die bij jezelf leeft, zo neem je deel aan het gesprek. Je laat je openheid zien, je kwetsbaarheid ook. Dat werkt stimulerend voor het vertrouwen in de groep en in het spel. Let op dat je daardoor het gesprek niet naar je hand zet.

 

Corrigerende tussenkomsten dienen om de spelregels weer onder de aandacht te brengen. In geen geval mag de begeleid(st)er afbreuk doen aan de vragen of de antwoorden van de kinderen.  Ze dienen van de eerste tot de laatste gerespecteerd te worden. Behalve in geval van ridiculisering van het gebeuren. Correcties moeten positief benaderd worden, met veel begrip en erkenning.

​​​

TOEPASSINGEN

 

Open stoel gesprek:  kleuters en jonge kinderen

 

De 12-jarige Jezus in de tempel

 

1. Het verhaal vertellen

Evangelie: Lucas 2: 41-52   Mattheüs 13: 53-56

Kinderbijbels:

- Kees De Kort Kijkbijbel

- Nico ter Linden. Koning op een ezel p. 145

 

Bewerkte bijbeltekst

Jezus mocht voor het eerst mee naar Jeruzalem om het paasfeest te vieren.

Jozef, Maria en Jezus gingen mee met een grote karavaan.

Samen reizen was veiliger.

Het was een lange tocht: drie dagen stappen.

Na het paasfeest ging de karavaan weer terug.

Opeens merkte Maria dat Jezus niet meer mee liep.

Ze vroeg het aan alle mensen of ze hem gezien hadden.

Maar niemand had Jezus gezien op de terugweg.

Jozef en Maria haastten zich terug naar Jeruzalem.

Ze vonden Jezus in de tempel.

Hij was aan het praten was met de geleerden.

Maria riep:

“Jezus! Waarom ben je niet met ons meegekomen? We waren zo ongerust!”

Maar Jezus antwoordde:

“Jullie moesten me helemaal niet zoeken.

Jullie konden toch weten dat ik in het huis van mijn Vader zou zijn?”

Maria begreep dat haar zoon een bijzondere jongen was.

Ze gingen samen weer naar huis.

 

Het verhaal in eigen woorden vertellen in samenspraak met de kinderen

Maak gebruik van prenten, afbeeldingen en foto's

 

2. Ervaringswereld van de kinderen

- ervaringen van op tocht zijn, groepswandeling, op reis, bedevaart, processie…

- ervaringen van verloren zijn, weggelopen zijn, gezocht worden, gevonden worden

- de confrontatie met de ouders bij verloren zijn en gevonden worden

- beelden en voorstellingen van de 12jarige Jezus die vragen stelt aan wijze mensen over de Schrift

- beelden en voorstellingen van de zoekende ouders van Jezus

- wijze levensvragen van de kinderen

- ervaringen van mogen meedoen met volwassenen.

 

​3. Vragen bij de tekst

De kinderen stellen zich hardop vragen bij aspecten van de tekst waarover ze meer willen weten.

Ze vertellen elkaar hoe ze de tekst begrijpen en zich voorstellen

 

4. Enkele achtergronden bij het verhaal

Dit verhaal  wordt verteld om beelden en uitspraken van Jezus  te verklaren en in hun tijd te situeren.  Jezus wordt hier voorgesteld als een joodse jongen van twaalf jaar, die zich intens door God laat aanspreken. De evangelist geeft verhalenderwijs al aan dat Jezus in zijn later volwassen leven een eerder vertrouwvolle relatie met God had (vaderlijk)eigengemaakt, dan een angstwekkende.

Daarnaast zien we in Jezus’ leven vele confrontaties met ‘schriftgeleerden’ over de interpretatie van de Thora (de wet, de eerste Bijbelboeken)

 

Dat Jezus tussen de schriftgeleerden zit, is voor de joden heel gewoon. Jongeren en volwassenen komen samen in het joodse leerhuis: een plaats waar de Bijbel (tora) gelezen en uitgelegd wordt. Daarbij zijn de vragen van kinderen en jongeren essentieel voor het leerproces.

De tempel stond in het midden van een groot plein (voorhof), waar iedereen mocht komen, ook wie geen jood was. Daarom heette dit plein: 'Voorhof der heidenen'. Op dit plein kon men lammeren en duiven kopen om te offeren. Rondom het plein waren grote zuilengangen. Het was een plaats waar mensen in de schaduw konden uitrusten en met elkaar praten en discussiëren. Om in de tempelgebouwen zelf te mogen komen, moest men Jood zijn.


Op bedevaart gaan is een heel oud gebruik. Joodse gelovigen gingen elk jaar op bedevaart naar de tempel in Jeruzalem. Wie op bedevaart gaat, beseft dat hij in zijn leven steeds onderweg is, dat hij zich nergens moet vestigen of vast laten zetten. In beweging blijven, niet vastgeroest geraken, open staan voor verandering… De plaats van bestemming wordt dan een beetje het symbool van de hemel.

 

5. Doelen

- Kennismaken met Jezus, die als kind opgegroeid is in zijn eigen cultuur en omgeving (Lc. 2, 41 -52),

die zijn eigen weg gaat en zijn leven zag in verbondenheid met God die hij zijn Vader noemde.

- Verbindingen zoeken tussen het verhaal van Jezus en het eigen leven;

- Stilstaan bij deugddoende ervaringen en pijnlijke momenten die ze hebben meegemaakt in hun groei;

- Tijd  maken voor wat het verhaal oproept en teweegbrengt bij kinderen door een expressie- of dramatiseermoment in te lassen, met daaraan gekoppeld een uitwisselingsgesprek.

- Ervaren wat er mogelijk door Jezus in de situatie heengaat intellectueel en emotioneel

- Zich inleven in de persoon van het kind Jezus

- Eigen vragen aan het verhaal en aan Jezus optreden leren stellen.

- Antwoorden op vragen van medeleerlingen leren verwoorden

- Ze reflecteren op het Jezusbeeld dat spreekt uit de verhalen.

- Ze kunnen aspecten van de betenissen van een verhaal actualiseren en in verband brengen met verschillende relatievelden in hun eigen bestaan.

 

6. Werkwijze

Open stoelgesprek

De kinderen zitten liefst op stoelen die in een halve cirkel of U-vorm zijn geplaatst.

Er moet ruimte zijn voor de begeleid(st)er tussen de stoelen en de muren van het lokaal, zodat de men zich achter de kinderen kan begeven.

De begeleider licht de doelstellingen en het verloop van de oefening toe en geeft duidelijk aan hoe er gewerkt zal worden en illustreert dit met een voorbeeld.

Aan de kinderen wordt bij wijze van voorbereiding en als ondersteunende hulp gevraagd welke vragen ze aan Jezus zouden kunnen stellen en of ze een idee hebben wat Jezus daarop zou antwoorden?

 

Verloop

 

De begeleider zet zorgvuldig een lege stoel voor de groep neer.  Bekleed met een doek om de stoel goed van een gewone stoel te onderscheiden. Zorgt voor voldoende ruimte tussen de stoel en de kinderen. Hij vraagt hen zich het personage van Jezus als kind in hun verbeelding op de open stoel te laten plaatsnemen.

Bij jonge kinderen kan een verhalende inkleding helpen om de figuur van Jezus op de stoel voor te stellen.

De kinderen stellen hun vraag of geven hun bedenking weer die bij hen opkomt t.a.v.Jezus. Ze doen dat van op hun plaats  rechtstaand.

Daarna kunnen de andere kinderen als 12.-jarige Jezus reageren op vragen of de uitspra­ken. Daartoe stellen ze zich achter de open stoel op en geven van daaruit antwoord. Ze spreken dan als Jezus.

De vragen of bedenkingen door kind gesteld worden mogelijk beantwoord door één of meer anderen kinderen van de klasgroep. Pas daarna kan een volgende uitspraak aan Jezus worden voorgelegd.

 

Uitloop

Wanneer de kinderen door hun vragen heen zijn, wordt afscheid genomen van Jezus die in verbeelding van de stoel opstaat het lokaal verlaat. De kinderen sluiten hun ogen en laten Jezus in hun verbeelding weer van de stoel verdwijnen.

Als ze hun ogen openen  wordt het doek van de stoel genomen, wordt de stoel tot een gewone stoel herleid en aan de kant gezet. (de stoel niet onmiddellijk weer in gebruik nemen. Deze blijft nog wel even nazinderen voor sommige kinderen als bekleed met de figuur van Jezus.

 

Uitwisseling

De kring wordt gesloten. Kinderen vertellen aan elkaar hun belevingen bij het spel.

Ze vertellen aan elkaar eigen ervaringen die zijn opgekomen.

Er kan worden stilgestaan bij:

           - ervaringen van verloren zijn, weggelopen zijn, gezocht worden, gevonden worden

- de confrontatie van de ouders bij verloren zijn en gevonden worden

- Jezus die vragen stelt aan wijze mensen over de Schrift

 

Slotrondvraag:

Wat wil je van dit verhaal en dit spel en gesprek onthouden?

 

Bijbellezing:

Het bijbelverhaal wordt kort herverteld of herlezen.

De opgedane ervaringen worden aan het verhaal meegegeven.