BEGELEIDEN

 

bibliodrama

een methode voor inter-levensbeschouwelijke communicatie

 

Ontwikkeling

 

In oorsprong is bibliodrama  een methode die zich richt op het verdiepend en creatief omgaan met bijbelverhalen. Bij aanvang was het gericht op pastorale en catechetische doelen binnen de christelijke geloofsovertuiging. (N. Derksen & H. Andriessen, Bibliodrama en pastoraat, Den Haag, 1985.)

 

Dat evolueerde in een openheid op allen die op één of andere wijze belangstelling toonden voor bijbelverhalen, christelijk gelovig of niet.  Al spelend kunnen mensen van verschillende levensbeschouwelijke gezindheden op eigen wijze bijbelse betekenissen verkennen. Voor velen is het verrassend om ‘zelf’ sporen van zin en wijsheid in de bijbel te kunnen ontdekken die aansluiten bij hun ‘eigen’ levensvisie, ook al zijn ze niet of anders gelovig. Zo vertelde een niet gelovige vrouw die eerder toevallig via een bezoek aan haar vriendin meegekomen was naar een bibliodrama-speelavond. “Ik dacht bij aanvang: zie mij hier nu meespelen in dat vreemde bijbelspel van  katholieken waar ik zo argwanend, misprijzend naar kijk… Maar ik moet zeggen dat ik doorheen het spelen en de contacten met anderen, betekenissen heb ontdekt die me wezenlijk raken en die mij echt aan het denken zetten over aspecten van mijn eigen levensvisie, niet alleen nadenken, het voelt nu sterk en warm aan”.  Met joden en moslims hebben christenen heel wat verhalen en religieuze figuren gemeen. Dat maakt (hoe verschillend ook) een gezamenlijk verkenning uitermate boeiend.

De Vlaamse bibliodrama methode werd ontwikkeld als een 'open' en 'inductieve' speelwijze waarbij geleidelijk mensen van alle gezindheden een plaats in konden vinden. Ze droeg bij aan openheid op het multicultureel en multireligieus karakter van de samenleving door levensbeschouwelijke verhalen uit vele culturen in te werken in haar inhoudelijke aanpak. (J. Agten, E. Herrebosch, K. Verduyn, L. Vervoort, Bibliodrama begeleiden. Wegwijzers voor de praktijk Antwerpen 2007.) >> Zie Boeken

 

Binnen de context van bibliodrama werden vele verhalen uit diverse culturen en levensbeschouwingen verteld en spelend verkend. Wat resulteerde in een publicatie in het tijdschrift Catechetische Service waarin zo'n verkenning van een boeddhistisch verhaal ten gronde werd beschreven. Agten, J., Religiodrama: Een verkenning van een Tibetaans-boeddhistisch verhaal via diverse werkvormen: De wonderbaarlijke perenboom, in Catechetische Service sept. 2005, jg. 34, nr. 1. pp.1-9. >> Lees: De wonderbaarlijke perenboom

 

Bibliodrama zoals het hier verder opgevat en beschreven wordt, creëert voor mensen van allerlei levensbeschouwelijke gezindheden, mogelijkheden als ontmoetingsplaats voor de zoektocht naar identiteit en levensoriëntatie. Door zijn consequent inductief en open communicatief karakter biedt bibliodrama een vrije inter-levensbeschouwelijke communicatieruimte aan. Zelfs al beleeft en begeleidt men het vanuit een bepaald christelijk geloofsverhaal en haar geschriften (de bijbel) en wordt het begeleid door christelijk geïnspireerde mensen kan dit ook voor andersgelovigen en werkplaats voor ‘eigen’ identiteitsvorming betekenen. In deze zin bouwt bibliodrama mee aan een open levensbeschouwelijke communicatie in inter-levensbeschouwelijk perspectief, binnen de multiculturele realiteit van de maatschappij.

(Agten, J., Bibliodrama, een bijdrage aan levensbeschouwelijke identiteitsconstructie en levensoriëntatie van kinderen vandaag.  In  Hermans, C., & Van der Zee, T., (red)  Het verhaal gaat verder. Religieuze verhalen ter sprake in de klas en op school. Pp.123-154. Budel 2008.) >> Lees: Artikels.   Hierbij kunnen de godsdienstige religieuze en levensbeschouwelijke verhalen, uit andere culturen, samen met bijbelteksten gehanteerd worden binnen een interreligieuze verkenning en uitwisseling. Al spelend kunnen ze gelijkenissen en verschillen verkennen op het gebied van waarden, opties en inspiraties.

 

Bibliodrama: een verruimd begrip

 

Het oorspronkelijke begrip bibliodrama kan verruimd worden begrepen als een methode die toepasbaar is op vele levensbeschouwelijke teksten. Het biedt de mogelijkheid om in multireligieuze groepen eveneens de persoonlijke verworteling in de eigen levensbeschouwelijke tradities van de deelnemers te onderzoeken, of deze nu joods, christelijk,  islamitisch, humanistisch, marxistisch, hindoeïstisch of boeddhistisch... van aard zijn. In die zin leveren ze, kijkend in de spiegel van de ander een bijdrage aan de ontwikkeling van ieders eigen identiteit.

Bibliodrama schept speelruimte om te leren van elkaar, niet alleen in gedachten en in woorden, maar ook in de belevingen, verlangens en handelingen, niet alleen in het spel maar ook in de actuele realiteit… leidt dit minimaal tot  een dieper doorleefd begrip, een groter wederzijds respect en openheid op de rijkdom van andere levensinspiraties en creëert mogelijk een warm gevoel van wederzijdse verrijking en verbondenheid. (J. Agten, Bibliodrama in diversiteit, in Spelend verstaan,Red. Bas van den Berg en Theo van Leeuwen, in Handelingen 2015/3) >> Zie Boeken

Toepassingen

Kinderen in gesprek over God

Christenen, moslims, niet-gelovigen

Bibliodramaspel : De genodigden aan de maaltijd. Lucas 14,15-24

 

Verhaal

Tekst herschreven i.f.v kinderen.

 

Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”

 

Uitwisseling na het spel

Hier volgen enkele uitspraken van kinderen van diverse levensovertuigingen over God uit het uitwisselingsgesprek:

 

“Straks zei iemand: dat feest lijkt op de hemel, en God is toch in de hemel, hij is daar de baas, dus hij is de heer!”  “Voor mij is de heer zo lief voor de arme mensen, dan moet hij een beetje toch God zijn, of  Jezus kan ook.”  “Maar God gaat niet eerst die vrienden vragen, God weet toch dat die niet gaan komen naar zijn feest, God weet alles.” “Mijn mama zegt: dat God nog veel moet leren. Ik denk dat God aan ’t leren is wie de echte vrienden zijn”. “Ik denk van niet, ik denk dat Allah alles weet, maar hij doet soms de mensen proeven, zoals die vrienden, die denken dat ze  vrienden van Allah zijn.”  “Naar het feest komen is belangrijk, bij ons thuis ook, ’t is een feest van Allah” “Ik dacht dat het over God ging en niet over Allah”  “Allah is God manneke, in ’t Arabisch” “ Maar zij geloven toch anders, hoe kan dat als God Allah is?”  “Mijn mama zegt: ‘jij gaat naar die school, want het is ook een school van God Allah’, dus wat wij hier leren over God  is ook over Allah”  De begeleider zegt: “Kunnen we eens terugkijken naar het verhaal en ons bijbelspel en aan elkaar vertellen waarom we denken dat het over God gaat en over Allah”  “ Omdat ik genodigd ben aan zijn feest en ik ben een arme, iemand anders zou mij niet uitnodigen” “ Jawel Poverello”  “Ja maar dat zijn mensen die geloven in God”  “Ik vind die heer maar niks, alleen die naar zijn feest willen komen zijn goed en al die anderen zijn slecht of wat!”  “ Ja God laat zijn vrienden stikken, ik dacht dat God vriend was”  “ Tegen mij was hij nog vriend toen ik zei dat ik nog graag wou komen” “ Mijn mama zegt dat God nog veel moet leren!”

​​