VERHALEN

Meer weergeven

Hemelvaart

Daarop sprak Hij tot hen: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen, in mijn naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn.” Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden. Marcus 16, 15- 20

 

Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanië, hief de handen omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen. Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en verheerlijkten God. Lucas 24, 50 – 53.

 

Terwijl Hij met hen at, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten maar de belofte van de Vader af te wachten, “die gij van Mij vernomen hebt: Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest.” Toen zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar hij gaf hun ten antwoord: “Het komt u niet toe dag en uur te kennen, die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen, die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.” Handelingen 1, 4-11

 

 

Bibliodrama: Hemelvaart

Doelen

Verkennen van betekenissen van de zinsnede van de twee mannen in witte gewaden: ‘ wat sta je naar de hemel te kijken’.

Antwoordmogelijkheden verkennen voor de leerlingen van Jezus die tonen op welke wijze je deze zinsnede kan begrijpen (als mannen van Galilea, als leerling van Jezus).

 

 

 

​Spelverloop

1. Het opzet, de doelen en de speelwijze van het verhaal worden toegelicht.

Er wordt gewerkt met de werkvorm 'Het Koor'

 

Uit een verhaal kiest men twee personages die elkaar tegenspelers zijn of die aangever en ontvanger zijn, die woord en wederwoord, vraag en antwoord zijn van elkaar. De groep spelers verdeelt zich in twee ongeveer gelijke groepen en kiest voor één van beide verhaalpersonages (rollen). De beide groepen stellen zich in twee rijen tegenover elkaar op aan de éne en andere zijde van het speelveld (min. vijf stappen en max. tien stappen van elkaar). Ze leven zich in, in de rol van de verhaalfiguur die ze gekozen hebben. De ene koorgroep geeft aan, de ander antwoordt, conform het verhaal of daarop verder associërend. Uit beide koorgroepen treedt eerst één personage op de voorgrond (protagonist) door een stap vooruit te zetten, een houding aan te nemen en een uitspraak te doen. Daarna antwoordt een tegenspeler (antagonist) uit het andere koor op de voorzet, het woord, de uitspraak van de protagonist. Achter deze beide spelers bevindt zich nu een koor. Een koor dat de rol van de protagonist of antagonist gaat ondersteunen, versterken, bevragen, verkleinen…. Al naargelang de afgesproken speelwijze.

 

 

Meer informatie over de werkvorm 'Het Koor': >> Zie Werkvorm Het Koor

 

2. Het verhaal wordt verteld.

Het verhaalfragment waarmee wordt gespeeld wordt nogmaals voorgelezen.

 

3. De speelruimte wordt aangegeven

 

4. De spelers leven zich in, in hun rollen.

De ene groep leeft zich in, in de rol van ‘de mannen in witte gewaden’.

De anderen spelen de rol van de leerlingen van Jezus.

 

Meer informatie over rolinleving: >> Zie Werkvorm Rolinleving

 

5. Spel 1

- iemand uit de groep van ‘de mannen in witte gewaden’ zet twee stappen naar het midden van het speelveld, naar de tegenspelers toe, neemt een houding aan en zegt op eigen wijze: ‘Wat sta je naar de hemel te staren’. De speler blijft in die houding en met die uitdrukking staan.

- iemand uit de andere groep van de leerlingen van Jezus treedt naar voor in oppositie met de vorige speler, neemt een bepaalde houding aan en tracht daar een kort antwoord op te formuleren Vb. ‘wij willen met Jezus mee’ of ‘wat moeten we nu zonder hem’ of ‘gaan we hem nog ooit terug zien’… Ook deze speler blijft in die houding en met die gelaatsuitdrukking staan

- Daarna is het opnieuw aan groep één : een nieuwe speler treedt naar voren, positioneert zich dicht aangesloten bij de eerste speler en herhaalt diens uitspraak zo woordelijk mogelijk.

- Ook in de andere groep dient nu een speler naar voor te komen, om het spel van de eerste speler , dicht bij hem/haar aangesloten het antwoord van de leerling van Jezus zo letterlijk mogelijk te herhalen.

- Dit herhalend spelen kan zich nog verder enkele keren herhalen.

 

6. Spel 2:

De zelfde spelvorm herhaalt zich maar nu met ‘versterkingen’.

Elke speler die zich aansluit bij de eerste van elke groep, tracht diens uitspraak niet louter te herhalen maar lichtjes te versterken, iets krachtiger te maken, ofwel in de wijze van zeggen, of in het licht herschikken of aanpassen van de uitspraak.

 

7. Spel 3:

De zelfde spelvorm, de zelfde start, maar de aanvullende spelers vullen de eerste spelers verder aan, met aanvullende elementen.

 

8. Spel 4.

Idem, maar inhakend op elkaars antwoord.

 

9. Verwisselen van de rollen

en opnieuw beginnen bij spel 1. Of andere variaties uitwerken.

10. Ontrollen en uitwisseling.

De deelnemers worden gevraagd de eigen belevingen en ervaringen te vertellen die tijdens het spel aan bod zijn gekomen maar nog geen (of weinig) plaats hebben gekregen.  Ze worden eveneens uitgenodigd om eigen ervaringen uit het eigen leven die zijn opgekomen naar aanleiding van het bibliodrama met elkaar te delen.

 

(Meer informatie bij de Uitwisseling:  Zie boek: Bibliodrama begeleiden p.99 ev.:  >> Zie Boeken

 

 Meer informatie over uitwisseling: >> Zie Begeleiden Uitwisseling

 

11. Het verhaal wordt herlezen als afronding

 

Hemelvaart achtergronden

 

Romeinse keizers en Griekse of Babylonische helden werden in verhalenmythen en legenden ten hemel gevoerd. Heracles, Romulus, Ganymedes, Menelaos, Titus, Augustus, Antonius… Deze teksten beelden hun vergoddelijking uit. Het was een eerbewijs. Het zijn verhalen met een zelfde structuur, waarbij de keizer vanaf een berg, door middel van een wolk onder toeziend oog van getuigen weggevoerd wordt en ten hemel wordt opgenomen. De aanwezigen knielen in aanbidding neer voor deze helden... waarna er voor hen tempels werden opgericht waar men hun goddelijke eer kon bewijzen.

Zo een keizerlijk godenverhaal ontlenen voor een figuur als Jezus die op Romeins bevel is gekruisigd… was wel een waagstuk. Met Jezus’ hemelvaart wordt een gekruisigde tot het goddelijke opgetild. Dit verhaal vormt een karikatuur van de keizerlijke eer en wordt een opstandig verhaal in de reeks van opstandingsverhalen. Het is het verhaal dat ingaat tegen de bestaande, heersende orde. Een verhaal dat kiest voor de kleine mensen , voor de neergedrukten en ontrechten in de samenleving.

De theoloog Kuitert noemt het hemelvaartsverhaal met een taalknipoog: een poging van de eerste christenen om Jezus “op te hemelen.” 

 

Lucas begint zijn evangelie met het ten tonele voeren van Keizer Augustus met als tegenbeeld: een kind in een kribbe. Het boek Handelingen start Lucas met een hemelvaartsverhaal wat toepasselijk was voor Romeinse keizers die als goden werden vereerd, maar hier stijgt geen ‘keizer’ ten hemel maar een ‘gekruisigde mens’. Je kan macht en tegenmacht moeilijk sterker in beeld brengen.

 

In de oudheid kende men het feest Feriae Augusti, dat was een volledige feestmaand ter ere van de Romeinse keizer Augustus (die ten hemel werd opgenomen). Die dag werd in de loop der eeuwen geclaimd door de katholieke kerk, die er uiteindelijk de feestdag van Maria Tenhemelopneming of Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart van maakte. De Italianen, en de Romeinen in het bijzonder, zijn de dag van 15 augustus altijd hardnekkig Ferragosto blijven noemen. (de strijd is nog altijd niet gestreden).