VERHALEN

Meer weergeven

Genezing in het badhuis

Joh 5, 1- 9

Enige tijd later ging Jezus voor een van de Joodse feesten naar Jeruzalem.
Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Betzata geheten, met vijf zuilengangen.
Daar lag gewoonlijk een groot aantal zieken, blinden, lammen en kreupelen te wachten op het in beweging komen van het water.
Van tijd tot tijd daalde namelijk een engel in het bad neer en bracht het water in beroering.
Wie dan het eerst na de beweging van het water erin ging, werd genezen, wat voor kwaal hij ook had.
Er was ook een man bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen,
en omdat Hij begreep dat hij al lang ziek was, sprak Hij hem aan: ‘Wilt u graag gezond worden?’ 
‘Maar Heer,’ zei de zieke, ‘ik heb geen mens om mij in het bad te helpen wanneer het water in beweging komt,
en terwijl ik mij erheen sleep, is een ander mij voor.’ Daarop zei Jezus: ‘Sta op, pak uw bed en loop.’
Meteen werd de man gezond: hij pakte zijn bed en liep.

 
 

 

 

 

 

Bibliodramaspel

1. Het lezen van de bijbelpericoop

 

2. Associaties en vragen bij het verhaal die spontaan opkomen bij de deelnemers

 

3. Mogelijke spelscènes met het verhaal

3.1. Het water van het badhuis

Het spel van het badhuis aan de hand van blauwe, witte, groene doeken

Elke speler kiest uit een kist met veelkleurige doeken (variaties van wit over groen naar licht en donker blauw) één doek uit.

Om beurt legt elke speler een doek neer op de aangegeven speelruimte en verwoordt een aspect van het badhuis.

De spelers kunnen zich inleven een aspect van het water van het badhuis: Het water van een klein hoekje in het badhuis, de helderheid van het water, het water van de oppervlakte,  van de eerste aanraking, van het diepe, het stille water voor de beweging, het water van de beweging, enz

De spelers leven zich in alsof ze een deel, een aspect van het water zijn, ze leggen hun gekozen doek in de speelruimte en verwoorden de betekenis van hun aspect van het water. Ze zeggen: Ik ben... vb. de golfslag in de beweging van het water, ik ben het ondiepe zodat gebrekkingen makkelijk het water in kunnen...

Wanneer iedereen zijn doek heeft neergelegd en de eigen associatie verwoord heeft  dan is er tegelijk een speelruimte gevormd met name 'het  badhuis waarrond het vervolg van het bibliodramaspel kan plaatsvinden en het volgde spel zich verder kan enten.

 

3.2. De personages van het verhaal worden in de ruimte rondom het water van het badhuis uitgezet.

 

De zieken, kreupelen, blinden, lammen, lamme  die 38 jaar ziek is, Jezus, engel

Situering in de speelruimte van de verschillende rollen: speelruimte in de vorm van een rechthoek met het badwater in het midden

-Zieken en kreupelen aan de ene kant van het badwater aan de lange zijde van de rechthoek

-De blinden en verlamden aan de overzijde, de verlamde die 38 jaar ziek is tussen hen in

-Jezus aan de ene korte kant van de rechthoek

-De engel aan de overzijde

3.3. De spelers kiezen een rol en nemen een positie aan rondom het water

Ze leven zich in en nemen een houding aan.

Ze stellen zich kort voor geholpen door een kort interview: meer informatie over het interview: >> Zie Werkvorm Interview

De begeleider vraagt: Wie ben je:  zeggen als speler wie je bent en daarbij wat je daar doet, met welke intenties je aanwezig bent.

3.4. Interactiefase

De tijdsfase waarop de interactie start is het verhaalmoment net voor het water mogelijk in beweging wordt gebracht.

De spelers gaan met elkaar in interactie over hun betrachtingen.

Algemene spelbegeleiding van de interactiefase: zie boek ‘Bibliodrama begeleiden. Wegwijzers voor de praktijk’. >> Zie Boeken

 

Ze verwoorden hoe ze hun ziekte, blindheid... ervaren en hoe ze aankijken tegen het mogelijk 'genezen worden'.

Hoe ze aankijken tegen het mogelijke moment van het in beweging komen van het water

Hoe reageer je op het algemeen aanvoelen dat het water in beweging gaat gebracht worden door de engel.

​Het is nog net niet zover maar het begint er mogelijk aan te komen.

Maak je je klaar om in het water af te dalen? Hoe doe je dat, wat zeg je, roep je, wat doe je wel of niet…

Blijf je zitten, schuif je voor of achteruit, dring je, wring je ?

​Confrontatie van de verschillende zieken met de lamme die al 38 jaar ziek is.

Wat bedenk je, voel je m.b.t. de situatie van de lamme, confrontatie over en weer.

Ze spreken onder elkaar over de engel en tot de engel

Wat denk je over de functie van de engel?

Heb je eerder al  een beweging van het water door de engel meegemaakt?

Gebeurt dit meermaals of is dat eenmalig?

Wat denkt de engel daar zelf over?

Hoe verhoudt Jezus zich tot de engel? (de engel als boodschapper van God)

​Jezus in relatie tot de anderen?

Wat zegt hij? Wat doet hij?

Waarom bekommert hij zich om de man die 38 jaar ziek is?

​Wat gebeurt er in deze ontmoeting?

De verlamde spreekt Jezus aan of omgekeerd… welk gesprek, welk gebaar, gebeurt er een genezing, hoe en wat…

Gebeurt er iets van genezing, hoe wordt dat verstaan, gedaan...

3.5. Speleinde

Begeleider doet een rondvraag naar een laatste woord in de gespeelde rol m.b.t. het spelgebeuren.

Wie wil nog iets zeggen vanuit het eigen verhaalpersonage tegen een ander, of tegen iedereen, of voor zichzelf uit.

Daarna de gespeelde rol afleggen en het spelkader (doeken) ontrollen

4. Uitwisseling van ervaringen

Na het spel wisselen de deelnemers  aan elkaar uit wat ze tijdens het spelen nog gevoeld, ervaren, gedacht, geassocieerd hebben tijdens het spel en wat in het spel niet of te weinig is uitgesproken geworden. Ze vertellen vanuit hun eigen belevingen. Oordelen over het spel van iemand anders worden niet toegelaten.

Na deze ervaringen vertellen de deelnemers welke ervaringen uit hun leven ze bij het spelen bij hen zijn opgekomen, welke ervaringen ze herkend, geassocieerd, herinnerd hebben.

Zo worden de verbindingen tussen het verhaal en de actuele leven gemaakt.

Ook kan er worden stilgestaan bij de betekenissen die het verhaal voor de deelnemers heeft gekregen.

Mogelijk kan het gesprek ook verder gevoerd worden over de betekenis die dit spel en hun verstaan van het verhaal iets betekent voor hun levensovertuiging.

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling

5. Tot slot wordt het verhaal nogmaals herlezen

 

 

Theologiseren

Genenezing van de lamme in het badhuis

 

Inhoudelijke invalshoeken en aandachtpunten die het verhaal aanreikt i.f.v. het theologiseren kunnen door de begeleider doorheen het spel van de deelnemers als een open mogelijkheid worden aangeraakt indien ze niet spontaan worden ingebracht. ( cfr. verhaalinhouden en bibliodramadoelen). Het mag echter geen inhoudelijke spelsturing of duiding inhouden.

Doorheen het spel bevraagt de spelleider voldoende de belevingen, ervaringen, overtuigingen, verlangens van de diverse spelers m.b.t. onderstaande aspecten wanneer deze zich doorheen het spel aandienen.

Meer over Theologiseren via Bibliodrama: Zie: >> Theologiseren met bibliodrama

 

Tijdens het spel

Aandacht geven voor verdieping door te vragen naar betekenisgeving, explicitering, oriëntatie…

            De belevingen van de verschillende zieken met hun ziekteproces. ( i.f.v. betekenisgeving)

            De onderlinge relaties, verbanden, spanningen tussen degenen die genezing zoeken.

            Welk vormen van genezing worden verwacht? Welke worden verkregen?

            Hoe en door wie of wat kan, moet, zal de genezing tot stand komen?

            Wat kan het badhuis, de medezieken, het water, de engel, Jezus… daarin betekenen?

            Hoe staat met tegenover de genezende werking van het water?

            Hoe beleeft de engel zijn/haar rol? Wat is de eigen kracht en (on)macht van de engel?       

            Wat zijn de motieven? Waar komt die kracht vandaan? Waarop is die gericht?

            Hoe wordt de engel en zijn motieven en handelingen begrepen door de zieken?

            Is het een engel van Godswege of waarvandaan?

            Wat is de functie en betekenis van Jezus en hoe ziet hij zichzelf functioneren in de situatie

            in het badhuis? Hoe wordt zijn rol en zijn intenties opgevat door de anderen?

            Hoe verhouden de engel en Jezus zich tot elkaar? ( mogelijk ook t.o.v. God

            indien de gepeelde rol een engel van God is)

            Hoe ervaren de zieken de functie van Jezus en hoe ervaren zij diens optreden?

            Keuze van Jezus voor de man die al 38 jaar lam was.

            Wat gebeurt er m.b.t. het genezingsproces van de vele zieken?

            Welke functie, betekenis krijgen de medezieken, de engel, het water, Jezus… hierin?

           

Tijdens de uitwisseling na het spel

De spelbelevingen in de gespeelde rollen tijdens het spel

Herkennen van aspecten uit de eigen levenservaringen

            (i.r.t. de eigen levensbeschouwelijke identiteit)

Ervaringen met bijbel-theologische themata doorheen het spel

            - Wonderverhalen in de bijbel

            - Begrip van ‘wonderen’ in de samenleving.

            - Ziekten (beleving, stigmatisering, mensbeelden, overtuigingen, identiteit)

            - Genezing en heling (fysisch, psychisch, sociaal, spiritueel, godsdienstig)

            - Helende kracht van water (welness, genezingsbronnen e.a)

            - Voorkeursoptie voor armen, zieken, lammen….

            - Figuur, voorstelling, begrip van Jezus

            - Voorstelling en begrip van de engel

            - Godsvoorstelling (mogelijk)