VERhalen

 

 

Een koning op een ezel

Marcus 11, 1-11

Toen zij Jeruzalem naderden in de richting van Betfage en Betanië op de Olijfberg, zond Hij twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: “Ga naar het dorp daar voor u, en bij uw binnenkomst is het eerste dat ge zult vinden een veulen dat vastgebonden staat en waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt dat los en brengt het hier. En als iemand u de aanmerking maakt: Wat doet ge daar? antwoordt dan:

De Heer heeft het nodig, maar Hij stuurt het spoedig weer hier terug.” Zij gingen weg en vonden een veulen vastgebonden aan een deur, buiten op straat. Ze maakten het los, maar sommige mensen die daar in de buurt stonden riepen hun toe: “Wat doet ge daar, om zo maar dat veulen los te maken?”Ze antwoordden zoals Jezus hun had gezegd en de mensen lieten hen ongemoeid. Ze brachten het veulen bij Jezus, legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. Velen spreidden hun mantels op de weg uit, anderen groene takken die ze in het veld gekapt hadden. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: “Hosanna; Gezegend de Komende in de naam des Heren; Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in den hoge!”Zo trok Hij Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen, keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanië terug.

“Op weg naar het paasfeest” Palmzondag

Bijbels tafelpoppenspel met kinderen

 

Uitwerking: Christel Geeraerts

Ingezonden: maart 2018

 

Doelgroep:

anderstalige lln eerste en tweede  leerjaar Kokejane, 7 anderstalige lln 2de leerjaar St Gillis.

Doelen

Kerndoel leerplan pg 133 :

Kinderen verkennen de betekenis van Pasen vanuit de verhalen over het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus.

Lesdoelen:

Een personage kunnen kiezen bij een prent van het bijbelverhaal

Zich kunnen inleven in één van de figuren van het verhaal van palmzondag.

Hun belevingen  tijdens  het spelmoment kunnen verwoorden bij de uitwisseling.

Kunnen verwoorden of ze tijdens het spel iets herkend hebben uit hun eigen leven.

(Eventueel: hun Jezusbeeld kunnen verwoorden, aanpassen, aanvullen, vorm geven)

 

Het verhaal vertellen mbv prenten

Kijkbijbel met prenten van Kees de Kort als basis van de vertelling, aangevuld met enkele eigen accenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vooraf wordt het verhaal gesitueerd. De lln zijn reeds vertrouwd met politieke context van Romeinse bezetting van Palestina (opnieuw verwijzen naar kerstverhaal ). Hieraan gekoppeld situeer ik ook de messiaanse verwachting. Er wordt ook verteld over de tempel (tonen van maquette)

en de betekenis van het joodse paasfeest (bevrijding uit Egypte)

Dit wordt alllemaal op een heel eenvoudige manier aan de lln verteld.

Lln verzamelen in kring.

Het verhaal wordt in 7 delen verteld. Telkens wordt een prent getoond. Zie Kijkbijbel

Kees de Kort Kijkbijbel, verhalen uit het oude en het nieuwe testament met leeswijzer, Uitgeverij Jongbloed,

Prent 1

Tekst: HetPaasfeest komt dichterbij. Jezus is met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem. Ze zijn er al bijna.

Hij roept twee van zijn leerlingen bij zich.

 

Prent 2

 

Hij zegt tegen hen: “Gaan jullie maar vooruit. Onderweg zul je een ezel met haar veulen zien staan. Breng die hier bij mij. Als iemand vraagt: “Wat doen jullie daar?” dan moet je zeggen: “De Heer heeft ze nodig.” Straks brengen we de ezels weer terug.”

 

Prent 3

 

De twee leerlingen halen de ezels en brengen ze bij Jezus. Ze leggen allemaal hun mantels op de rug van de ezel. Jezus gaat erop zitten. Zo rijdt Hij naar Jeruzalem.

 

Prent 4

 

Veel mensen staan te kijken. Jezus lijkt wel een koning! Zij trekken hun mantels uit en leggen die op de weg. Ze plukken ook takken van de bomen. Die leggen ze ook op de weg. Jezus mag er overheen rijden.

 

Prent 5

 

Ze roepen en zingen: “Groot is onze koning, de zoon van David!” Laat God hem zegenen. God heeft hem naar ons toegestuurd. Groot is onze God in de hemel!”

 

Prent 6

 

Zo rijdt Jezus de stad binnen. De mensen komen uit hun huizen en vragen: “Wie is dat toch?” Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret!” “Je weet toch wel wat er geschreven staat: “Let op, mensen van Jeruzalem, uw koning komt eraan. Hij is heel gewoon en rijdt op een ezel.”

 

Prent7 (tekst zelf toegevoegd)

 

Maar, een eindje verderop stonden er enkele mannen van de tempel. Zij waren niet zo blij met de komst van Jezus. “Kijk eens hoeveel mensen er achter Hem aanlopen en naar Hem luisteren…. En wij dan? Waar staan wij nu? We moeten er iets aan doen!

 

 

Bespreken van de prenten

 

Na het vertellen van het verhaal is er tijd voor vragen, bedenkingen, opmerkingen

De 7 prenten worden in de kring gelegd. Per twee lln één prent naar keuze nemen.

De prenten worden dubbel aangeboden in een grote klasgroep.

De lln herhalen het verhaal en  beantwoorden mondeling 3 vragen. WIE zie je? WAT doen ze? HOE VOELEN ze zich?(gevoelensmaskers gebruiken indien nodig of ernaar verwijzen) Waarom?

Voor dit babbeltje verlaten de lln de vertelkring en gaan op hun plaats op de bank. Van zodra ze klaar zijn worden ze opnieuw in de vertelkring verwelkomd.

Uitzetten van het decor.

Het decor bestaat uit een paarse onderlegger (lln kennen deze kleur al als een kleur van wachten, wachten op Pasen vanuit de vastenkalender)

Vanuit het zich klaarmaken voor het feest van Pasen gaan we over naar het verhaal van Jezus die zich met zijn leerlingen ook klaarmaakt voor het joodse paasfeest.

 

Op de paarse onderlegger wordt de poort van de stad Jeruzalem opgebouwd met houten blokken terwijl de lkr vertelt over de stad, de muur , de poort. Verder wordt ook de tempel nagebouwd met enkele op elkaar gestapelde houten blokken. De tempel als gebouw dat je van ver kon zien, wat mensen doen in een tempel….

Een groene vilten strook wordt voor de poort van de stad uitgerold als “de weg”.

Deze weg start eigenlijk een eindje verwijderd van de paarse onderlegger.

Op deze manier krijgen we verschillende speelvelden die straks verder ingevuld worden.

1.De weg voor de paarse onderlegger (zich klaarmaken)

2.De weg voor de stadspoort (verwelkomen)

3.Achter de stadspoort : de stad Jeruzalem en de tempel (wie is Hij toch?)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spelen

Een groot aantal diverse poppetjes worden  klaargezet en er wordt aan de lln gevraagd om de poppetjes goed te bekijken .

De keuze van de pop wordt gekoppeld aan de personages op de prenten .

Mogelijke vragen bij deze keuze:

Kijk eens naar de prent die je hebt uitgekozen.

Welk personage uit de prent zou je willen zijn?

Welk poppetje zou daar bij passen volgens jou?

Kies er eentje uit.

Het verhaal wordt in chronologische volgorde gespeeld.

 

Prent 1

De lln die een personage  bij prent 1  gekozen  hebben worden naar het speelveld gevraagd met hun gekozen poppetje.

1.Hier wordt de verhaaltekst van prent 1 nogmaals voorgelezen.

2.  Welk personage past er bij je poppetje?

(lln houden hun poppetje op dit moment nog in hun handen en plaatsen het nog niet op het speelveld)

Mogelijke vragen bij het benoemen  en de keuze van hun personage:

Past jouw poppetje bij een personage op de tekening?

Is er op de Bijbelprent een figuur die je aanspreekt, die je zou willen zijn?

 Kan het door jou gekozen poppetje deze figuur zijn?

 Ben jij dan Jezus, of een leerling van Jezus, of één van de twee uitgekozen leerlingen van Jezus, of nog iemand anders?

Zouden er ook kinderen tussen deze mensen kunnen rondlopen?

Zou jouw poppetje één van de kinderen kunnen zijn?

Mogelijke vragen voor het begininterview:

Jezus:

-Wie ben je?

-Hoe voel je je Jezus, met al je vrienden erbij?

-Is het nog ver stappen naar Jeruzalem?

-Wat zijn je plannen?

-Waarom ga je naar Jeruzalem, wat ga je daar doen?

Leerlingen:

-Hoe ben je bij Jezus’ groep terechtgekomen? Hoe voel je je bij Jezus’ groep?

-Hoe is het om door Jezus geroepen te worden uit de grote groep van leerlingen?

-Welke opdracht zou hij voor jou hebben weggelegd?

-Welke vraag stel je jezelf soms? Heb je een vraag  voor iemand anders? Wie?

-Wat gaat er gebeuren volgens jou?

Kinderen  (mogelijks kiezen de kinderen een geassocieerde figuur  bij het verhaal wanneer ze kiezen voor een jongens of meisjespoppetje)

-Hoe ben je hier terechtgekomen? Wat zoek je ? Wat wil je graag?

 

3.Het personage een plekje en houding geven op het speelveld 

Kijken naar de positie van de andere personages en bevragen naar afstand, opstelling, houding, wegkijken, aankijken.

Jezus spreekt tegen jou? Niet tegen jou? Waarover zouden ze praten? Waarom zit hij alleen? …

 

5.  Spelen: een vraag voorleggen aan een ander personage  , deze andere antwoordt

6.  Uitwisseling

De uitwisseling gebeurt vanuit de pop zelf

Mogelijke vragen:

-Is er nog iets dat je wou zeggen of doen  dat je tijdens het spel niet hebt kunnen doen?

-Deed het spelen je denken aan iets wat je zelf al eens hebt meegemaakt?

-Heb je tijdens het spelen (als Jezus zelf, als leerling, als man of vrouw langs de weg, als kindje )

iets gevoeld, geleerd  over hoe of wie  Jezus is?

Op deze manier wordt er telkens een ander groepje lln naar het speelveld geroepen en wordt deze werkwijze herhaald.

Prent 2:

Zelfde verloop voor alle prenten

-Verhaaltekst lezen

-Keuze van een rol in het verhaal

-Plaatsen in speelveld

 

-Rol inspreken

-Spelen

- Uitwisseling

Elke stap wordt begeleid en besproken.

Hier worden er twee poppen aangeboden. Er wordt gevraagd wie zich aangesproken voelt om boer(in) of leerling van Jezus te zijn?  Moest er liever met een andere pop gespeeld worden dat laat ik dat gebeuren.

Speelveld wordt aangevuld met boerderij gebouwd met enkele houten blokken, ezel, boer(in), hooizakken, emmertje.

Herhalen van de stappen keuze van de pop (eventueel) keuze van een rol, plekje en houding geven op speelveld .

Hier kan  de rol van de boerin en de leerling van Jezus ook worden ingesproken.

“Jij bent een boer(in). Hier is je boerderij en je hebt verschillende dieren waar je voor zorgt. Het ezeltje is een van je lievelingsdieren. Je brengt hem elke dag te eten en te drinken. Je zorgt er goed voor. Je krijgt ook veel vriendschap van hem terug. Op een dag komt er jou iemand vragen om je ezeltje uit te lenen aan Jezus. Zou je dat willen doen? Wat ga je doen? Waarom wel ? Waarom niet?”

 “Jij bent een leerling van Jezus. Jezus heeft jou uitgekozen om een ezeltje te zoeken. Hij heeft je ook gezegd dat je over Hem moest spreken. Je vraagt aan de boerin of je het ezeltje mag gebruiken. “

 

Prent 4 en 5:

Speelveld wordt aangevuld met boom, takken, kledingstukken

Herhaling van vorige werkwijze.

Mogelijke vragen :

-Wat doen de mensen op de prent?

-Wat ligt er op de grond?

-Wat doen ze daarmee?

-Waarom doen de mensen dat?

- Zou jij ook iets op de grond leggen? Wat? Bloemen, takken, kleding, tapijt….?

- Kies eens iets uit en leg het met je poppetje op de weg naar Jeruzalem en zeg eens aan de andere mensen wat jij doet en waarom.

- Doe je dat voor Jezus, of voor het ezeltje,? Kan je zeggen waarom?

- Denk je dat Jezus daar blij mee is? Wat zou Jezus tegen je zeggen als hij ziet dat jij iets voor hem op de grond hebt gelegd…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

​​Prent 6:

Speelveld wordt aangevuld met houten huisje met plat dak met buitentrap.

Eventueel ook werkwijze zoals bij prent 2

Rollen inspreken:

“Jij bent een mama, papa, jongentje, meisje  uit de stad Jeruzalem. Vandaag is er veel geroep en gejuich in de straat. Je komt naar buiten om een kijkje te nemen. Wat is er aan de hand? “

“Je bent een leerling van Jezus, je loopt al heel de weg met Jezus mee, hoe is dat voor jou? Maakt je dit blij? Vertel eens…”

“De mensen denken dat Jezus een koning is, zou jij ook leve de koning roepen? Doe het eens…”

“Zijn er mensen aan de kant van de weg die Jezus niet kennen? Wat zou je over Jezus vertellen aan hen? “

“Denk je dat de mensen in Jeruzalem blij zijn met zo’n koning op een klein ezeltje (in plaats van op een groot paard)? Heb jij liever een koning op een groot paard, dan zo’n ezeltjeskoning als Jezus?”

 

Prent 7

Zelfde werkwijze met verschillende stappen zoals boven  beschreven

Eventueel ook rollen inspreken indien nodig.

Afsluiting:

 

Lied met  bewegingen:

“Kleine Ezel uit de stal” van Elly en Rikkert.

Kringopstelling : in het midden van de  kring liggen palmtakken en jassen

Tijdens de strofes: inleving in ezeltje : houding op handen en knieën rondstappen als ezeltje in de richting van de klok

Tijdens refrein  inleving in mensen van Jeruzalem of mensen langs de weg: rechtstaan en palmtak nemen en zwaaien.