VERHALEN

Meer weergeven
Humanisme
Toen bijna al het water verdampte

Op een dag scheen de zon zohard dat bijna al het water verdampte.

In de rivier bleef nog slechts hier en daar wat donker slijk achter.

Daarin verdrongen zich de karper, de forel en het stekelbaarsje.

’Hang iets voor de zon’ schreeuwden ze naar de lijster.

‘Wat?’ schreeuwde de lijster.

‘Iets’ schreeuwden zij. ‘Alles’.

Maar de lijster had niets om voor de zon te hangen.

De libel botste tegen een kiezelsteen toen hij laag over de dorre bedding scheerde

en de aal raakte bekneld in de droge modder.

De eekhoorn, de mier en enkele andere dieren stonden op de oever en keken naar beneden.

‘Ik heb het zo droog,’ jammerde de karper.

De dieren overlegden met elkaar en stuurden de kraai, de tor en de olifant er op uit om een wolk te halen.

Ze bleven lang weg, want in heel de wijde omtrek van het bos was geen wolkje te bekennen.

Maar tenslotte kwamen zij terug met een oude, donkergrijze wolk.

‘Jullie moeten maar niet kijken,’ zei de tor. ‘Het is een wolk van niets.’

Het was een rafelige wolk.

En als de toestand niet zo ernstig was geweest

had de eekhoorn zeker moeten lachen om de gaten en de scheuren in de wolk.

De kraai en de olifant hesen de wolk boven de rivier, terwijl de tor aanwijzingen gaf.

‘Schiet op!’ riep de snoek. ‘Iets naar links!’ riep de tor.  ‘Je staat op mijn vin!’ riep de forel.

‘Ik kan niet meer,’ lispelde het stekelbaarsje,half verscholen onder het uitgedroogde kroos.

De wolk hing tenslotte recht boven de rivier en de kraai vloog omhoog en stak er zijn snavel in.

De wolk brak en een reusachtige hoeveelheid water viel in één keer naar beneden.

De zalm en de baars sprongen op, sloegen met hun staart in de lucht en zwommen snel weg door het nieuwe water.

In de lucht was niets meer van de wolk over en de zon scheen nog even hard als tevoren.

Maar in de verte verschenen een paar nieuwe wolkjes, die groeiden en langzamer donkerder werden en dichterbij kwamen.

De eekhoorn en de mier moesten tenslotte nog hollen om voor het donker thuis te zijn.

Toon Tellegen. Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en andere dieren. Uitg. Amsterdam Querido ISBN 90-451-0255-2

Deze bundel verhalen bevat een schier eindeloze reeks aan levensbeschouwelijke verhalen voor kinderen en volwassenen.  Verhalen over grote en kleine aspecten van het leven. "De eekhoorn, de mier, de olifant, en alle andere dieren van het bos leiden een benijdenswaardig bestaan: ze hebben de tijd zich te verliezen in eindeloze overpeinzingen, ze springen naar hartenlust bij elkaar binnen, ze grijpen elke gelegenheid aan om te feesten. Geen wereldschokkende gebeurtenissen doen zich in het bos voor. Ze worden gekenmerkt oor een kabbelend verloop... het gefilosofeer, de absurde humor en het vermogen een hele wereld op te roepen in drie woorden." schrijft Lieve Raymaekers.

Toen bijna al het water verdampte

 

Toepassingen

Overwegingen bij het verhaal

 

De zon in het verhaal, is een krachtige, onafwendbare macht die de rivier verdroogt en vissen in levensnood brengt. De zon symboliseert in heel wat culturen de werkelijkheid die alles regelt (tijd) en waaruit alle leven ontstaat.

 

De rivier verliest zijn water door de kracht van de zon. Het water droogt op. Zijn eigenheid en eigenschappen worden de rivier ontnomen. Dat gaat ook ten koste van hen die van zijn eigenheid leven m.n. de vissen. Water staat symbool voor het leven. Een mens, de dieren en planten, de Aarde bestaat vooral uit water. Een bloeiende tuin vol waterstromen is beeld van het paradijs. Soms symboliseert het water ook de chaos, de onderwereld, de dood. 

 

De vissen in het verhaal roepen om hulp en smachten naar water. Hun leefomgeving, de rivier. wordt verwoest door de stralende zon. De vissen dorsten naar stromend levengevend water.

 

Andere dieren raken betrokken, kijken toe, stellen vragen overleggen over hoe kan worden hulp geboden. Zelf kunnen ze aan de toestand niets veranderen. Ze hebben niets om voor de zon te hangen. Ze weten niet wat ze kunnen doen. Ze zoeken een kracht, groter en hoger dan henzelf om het probleem, de nood op te lossen. Een afvaardiging van de dieren wordt er op uitgestuurd. De wolken moeten de oplossing brengen, maar deze blinken uit door hun afwezigheid. Geen wolk te bekennen. De nood van de vissen diept zich uit. De dieren blijven actief hopen ondanks de afwezigheid van wolken. De dieren in het verhaal beseffen dat ze actief moeten verwachten, op zoek gaan, tegemoet treden en begeleiden. En wie zoekt, zal vinden!

 

Een rafelige grijze wolk van niets is alles wat de dieren kunnen vinden. Geen grote wolk zwaar beladen met water, geen hoopval beeld op redding. Moet het van die rafelige, wolk met scheuren en gaten komen???  Maar in vele culturen vertellen mensen verhalen  van redding, verlossing en bevrijding. Redding komt, wanneer men het niet verwacht en van wie men het niet verwacht. De rafelige grijze wolk blijkt een reusachtige hoeveelheid water te bevatten. Haar zelfgave betekent niet het einde. In overvloed komt er water aan.

 

De raaf prikt de wolk zodat deze openbarst en haar water over de vissen in de rivier stort. De raaf is een zwarte vogel, een lijkenpikker. Van een raaf verwacht je dat deze verlekkerd uitkijkt naar stervende vissen. Het tegendeel gebeurt wat men van de raaf verwacht. Hij stelt totaal ander gedrag. Hij gaat mee op zoek naar redding en hij bewerkt de doorbraak (van de wolk).

 

Bibliodrama spel

 

1. Op een dag scheen de zon zo hard dat bijna al het water verdampte.

Op een dag scheen de zon zohard dat bijna al het water verdampte. In de rivier bleef nog slechts hier en daar wat donker slijk achter. Daarin verdrongen zich de karper, de forel en het stekelbaarsje. ’Hang iets voor de zon’ schreeuwden ze naar de lijster. ‘Wat?’ schreeuwde de lijster.

‘Iets’ schreeuwden zij. ‘Alles’. Maar de lijster had niets om voor de zon te hangen. De libel botste tegen een kiezelsteen toen hij laag over de dorre bedding scheerde en de aal raakte bekneld in de droge modder. De eekhoorn, de mier en enkele andere dieren stonden op de oever en keken naar beneden. ‘Ik heb het zo droog,’ jammerde de karper.

 

Werkvorm: Tableau vivant: Meer informatie over de werkvorm: >> Zie Werkvorm Tableau Vivant

 

Omschrijving

Door uitbeelding en lichaamstaal trachten de spelers zich in het verhaalfragment in te leven en dit expressief uit te drukken.

Elke speler wordt uitgenodigd een verhaalrol te kiezen in woordeloos overleg met anderen

Hij tracht zich in te leven en een positie en houding aan te nemen op het speelveld.

De medespelers nemen ten opzichte van elkaar een plaats in.

Ze vormen een groep statische beelden die uitdrukking geven aan de eigen voorstelling en beleving van het verhaalgebeuren in relatie tot de anderen. Er wordt tijdens deze werkvorm niet gesproken.

Er is hierbij wel een regisseur die vragen mag stellen en helpen maar hij mag geen richtlijnen geven.

De nadruk ligt op de inleving en uitbeelding.

Vanuit deze statische uitbeelding als een schilderij of beeldengroep (tableau) kunnen de spelers even tot leven komen (tableau vivant),

een beweging maken of enkele woorden spreken.

 

Werkvorm: Tableau vivant: Meer informatie over de werkvorm: >> Zie Werkvorm Tableau Vivant

 

Doelen

De rollen en hun betekenis in de situatie en in relatie tot elkaar verkennen.

Mogelijke betekenissen van een personage, nieuwe kijkwijzen en perspectieven verkennen.

De verschillende verhoudingen tussen de personages doorleven.

Stilstaan bij ervaringen en belevingen in het spel en het eigen leven.

Indrukken verwoorden die een tableau heeft opgeroepen bij het bekijken en beleven ervan.

Verhaalfiguren

- De zon die het water van de rivier doet verdampen

- Noodlijdende vissen in de verdampende rivier: karper, forel, stekelbaarsje (aal,snoek,zalm)

- Dieren die (bezorgd) toekijken: lijster, eekhoorn, mier, libel

- Dieren die op zoek gaan naar een wolk: kraai, tor, olifant

- Een oude, donkergrijze, rafelige wolk met gaten en scheuren

 

Spelverloop

- De verschillende rollen worden op papier beschreven neergelegd in de ruimte.

- Er wordt aan de groep gevraagd, plaats te nemen bij welke rol ze willen spelen. En mogelijk woordeloos met elkaar te overleggen.

Elke rol wordt door slechts door één persoon gespeeld. De regisseur kan helpen door het stellen van vragen waarop enkel met gebarentaal, ja knikken en neen schudden mag geantwoord worden. De spelers kunnen even kijken wie welke rol op zich heeft genomen.

- Dan wordt gevraagd zich in de rol in te leven, en de daarvoor nodige attributen te verzamelen.

- De eerste speler komt op het speelveld (de volgorde van op het speelveld komen wordt door de spelers zelf gekozen),

Hij neemt een plaats en houding aan. Vervolgens komt de tweede speler een positie innemen ten opzichte van de vorige speler. Zo komen alle spelers, één na één, op het speelveld. Hiermee krijg je een visueel plaatje van het verhaalgebeuren. De spelers houden gedurende het hele gebeuren hun houding aan.

- De spelbegeleider maakt de spelers aandachtig

voor hun belevingen, overwegingen en betrachtingen in hun rol ten opzichte van de diverse andere rollen. Hoe kijken ze aan tegen de vissen in de droge rivier, de stralende zon, de dieren die een wolk gaan zoeken, de rafelige wolk enz.) Wat is hun positie daarin, hun verhouding, engagement…)

- De regisseur mag vragen dan vragen om zich allen te concentreren en gedurende een vijftal seconden dit sterk tot uiting te brengen.

- De regisseur maakt een foto van het schilderij (tableau).

- Daarna worden alle spelers uitgenodigd om en uitspraak te doen vanuit hun doorleefde rol in het verhaal

of om iets zeggen tegen één van de andere spelers naar keuze. Dit kan een gevoel, een woord, een zin zijn die hij voor zichzelf wil zeggen of een woord, een vraag, een zin, een hulpkreet naar een ander personage toe. Iedere speler mag daarbij een korte beweging maken en weer tot stilstand komen (bevriezen in de nieuwe houding). Er wordt niet geantwoord op een vraag van een ander. De regisseur geeft de volgorde van spelen aan, enigszins volgens de verhaallijn. Op het einde wordt iedereen gevraagd zich sterk in te leven en wordt een tweede foto gemaakt.

 

Uitwisseling

Daarna volgt het ontrollen van de spelers en de voorwerpen en zet iedereen zich in de kring voor de uitwisseling. Daarbij wordt aan de spelers en regisseur gevraagd wat ze gezien en beleefd hebben, wat hen geraakt heeft, wat hen opviel, wat hen verrast heeft. Aandacht gaat eveneens naar wat hen dit leert over dit verhaal. Nadien vertellen de spelers wat dit spel voor hen betekende op persoonlijk.

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling

 

Toen bijna al het water verdampte

 

Verdere Toepassingen

Verhaalfragment

De kraai en de olifant hesen de wolk boven de rivier, terwijl de tor aanwijzingen gaf. ‘Schiet op!’ riep de snoek. ‘Iets naar links!’ riep de tor.  ‘Je staat op mijn vin!’ riep de forel. ‘Ik kan niet meer,’ lispelde het stekelbaarsje,half verscholen onder het uitgedroogde kroos. De wolk hing tenslotte recht boven de rivier en de kraai vloog omhoog en stak er zijn snavel in.  De wolk brak en een reusachtige hoeveelheid water viel in één keer naar beneden. De zalm en de baars sprongen op, sloegen met hun staart in de lucht en zwommen snel weg door het nieuwe water. In de lucht was niets meer van de wolk over en de zon scheen nog even hard als tevoren.

 

Werkvorm: Tableau Vivant :Meer informatie over de werkvorm: >> Zie Werkvorm Tableau Vivant

 

Omschrijving en doelen. Zie voorgaande.

 

Spelverloop

 

- Het verhaal wordt gelezen tot het einde.

- De spelers verdelen zich in twee groepen en spelen elk een eigen minidrama van het slotgebeuren van het verhaal.

- Het spel begint en eindigt met een tableau vivant.

- Daartussen mag er zich een spel in woord en gebaar ontwikkelen van maximum 1 minuut. 

- De opdracht is doorheen het spel verhaalinhoudelijke betekenissen  te benadrukken en mogelijk levenbeschouwelijke aspecten te verbeelden, doordesemd met eigen persoonlijke en maatschappelijke ervaringen.

- Er is een kwartier voorbereidingstijd.

 

- Elke speler wordt uitgenodigd in overleg met anderen een verhaalrol te kiezen.

- Onderling worden de rollen en de speelwijze besproken en een kort scenario uitgewerkt. 

- De medespelers nemen ten opzichte van elkaar een plaats in.

- Ze vormen een groep statische beelden die uitdrukking geven aan de eigen voorstelling en beleving van het verhaalgebeuren in relatie tot elkaar.

- Ze trachten zich in te leven en een start positie en houding aan te nemen op het speelveld.

- Vanuit deze statische uitbeelding als een schilderij of beeldengroep (tableau) kunnen de spelers een kleine minuut tot leven komen (tableau vivant), om het verhaal en zijn diepgang in woord en daad tot uitdrukking te brengen.

- Het spel wordt gestopt, bevroren tot een statisch eindbeeld waarin ook nog verhaalbetekenissen gekristalliseerd te zien zijn.

- Er worden start en eindfoto’s genomen.

 

Uitwisselingen

- Na elke voorstelling is er een korte uitwisseling en toelichting vanuit de toeschouwers en de spelers.

- Wat heb je gezien, gevoeld, geassocieerd, bedacht, tot uiting willen brengen….?

- Na de twee spelen is er een diepgaande uitwisseling over de levensbeschouwelijke betekenissen en ervaringen in het verhaal en in het spel.

Mogelijke richtvragen bij de uitwisseling:

  • Wat heb je beleefd of ervaren tijdens het opnemen en spelen van je personage?

  • Welke aspecten uit het eigen leven of uit je leefomgeving heb je herkend?

  • Welke betekenissen en/of levensbeschouwelijke aspecten heb je in je rol gevoeld?

  • Welke betekenissen en/of levensbeschouwelijke aspecten heb je bij anderen gezien?

  • Wat aan levensbeschouwelijke associaties heb je tijdens of na het spel gemaakt of komen er nu in je boven of kan je bedenken?

  • Welke rijkdom uit dit spel en dit verhaal, neem je als betekenisvol voor jezelf en voor je levensovertuiging mee naar huis, als een bevestiging, ondersteuning, verruiming, verdieping…?

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling