VERHALEN

Meer weergeven
Humanisme
Het waarheidsbeeld

 

Er was eens een jongen die zo op kennis uit was dat zijn passie hem op een dag tot diep in Egypte, tot in de tempel van de waarheid bracht. Nu stond er midden in de tempel, bewaakt door een oude, witte priester, een zwaar gesluierd beeld. "Waarom," zo vroeg dit jongen, "waarom is dit beeld gesluierd?" En telkens wanneer de jongen dit vroeg, antwoordde de priester: "Omdat dit beeld de waarheid is."

 

"Waarom", zo vroeg de jongen, "neemt u de sluier dan niet weg?" Toen gaf de priester hem het antwoord dat de godheid zelf hem gegeven had: "geen sterveling rukt deze sluier weg tot ik hem zal wegnemen".

 

Dag na dag herhaalde de jongen zijn verzoek en dag na dag bleef de priester weigeren en herhaalde hij alsmaar de godsspraak.


Op een nacht kon de jongen zijn ongeduld niet langer bedwingen en begaf zich naar het hart van de tempel, tot vlakbij het beeld en rukte met één haal de sluier weg.

De volgende morgen vond de priester hem dood en versteend naast het zwaar gesluierde beeld. 

 

Naar: F.Schiller (1759-1805) Duits dichter, filosoof en toneelschrijver. Gedicht: „Das verschleierte Bild zu Sais“(1795)

 

Open stoel gesprek

De gehanteerde werkvorm 'open (lege) stoel' wordt beschreven onder de hoofding 'Werkvormen' >> Zie werkvorm Open stoel

en is uitgebreid toegelicht in het boek: Bibliodrama begeleiden. Wegwijzers voor de praktijk. pagina's 162-172  >> Zie Boeken

 

1. Het verhaal wordt voorgelezen

2. Aankleding van het beeld.

De eigen voorstelling en verbeelding van het gesluierde beeld worden door de spelers uitgedrukt aan de hand van kleurige doeken. Iedere speler drukt met een gekleurde doek naar keuze een aspect of een kenmerk van het waarheidsbeeld uit.

Hij overdekt een stoel (of kapstok) met een doek en geeft er betekenis aan zoals hijzelf 'het beeld' in het verhaal verstaat.

Zo ontstaat een betekenisvol gesluierd beeld. Het verbindt de spelers met het beeld, het verdiept de betekenisgeving en er ontstaat een visueel geheel dat de inleving versterkt.

 

3. Het gesprek met de personages uit het verhaal

De spelers wordt gevraagd met welk personage uit het verhaal ze contact willen.

De priester, de jongeling, de godheid of het beeld?

Eén van de verhaalfiguren wordt naast het aangeklede beeld in verbeelding op een stoel gezet.

De spelers kunnen aan het personage dat in verbeelding op de stoel aanwezig is, vragen stellen.

Door achter de stoel plaats te nemen kunnen medespelers, die de rol van verhaalfiguur even opnemen,

op eigen wijze antwoord geven op de gestelde vraag.

Meerdere spelers kunnen om beurten achter de stoel plaatsnemen en eigen antwoorden geven.

Meerdere spelers kunnen telkens andere vragen stellen of opmerkingen geven.

Daarna kan ook een tweede stoel met een ander verhaalfiguur bij worden gezet.

Daaraan kunnen opnieuw vragen worden gesteld en samen naar antwoorden gezocht.

Er kan mogelijk een dialoog onder de personages op de stoel ontstaan.

 

4. Uitwisseling van belevingen en ervaringen

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling