VERHALEN

Islam
Meer weergeven
Het licht

Allah is het licht

 

An Noer (Het Licht)

  

Allah is het licht van de hemelen en de aarde.
Een gelijkenis van Zijn licht is als een pilaar waarop een lamp staat

– de lamp zit in een glas, het glas is als het ware een helder schijnende ster – 
Aangestoken van een gezegende olijfboom, noch oosters noch westers,

waarvan de olie licht geeft, hoewel vuur het niet aanraakt – licht op licht.
Allah leidt naar zijn licht wie Hem behaagt.

Koran 24, 35

Achtergronden

Het Licht in de Koran

 

Hoofdstuk (Soera)  24 van de Heilige Koran is getiteld An-Noer of ‘Het Licht’

1. Volgens de Koran is licht van God afkomstig om de mensen te leiden, om hen uit de duisternis te brengen.  

2. Het licht van God wordt hier in de Koran beschreven als licht van een lamp die schittert als een ster, op een hoge plek geplaatst, zodat het licht zich tot overal kan uitstrekken. 

3. De ‘vlam’ van het licht van God wordt beschermd, net zoals een lamp beschermd wordt door een glazen omhulsel. Met andere woorden, de door God gezonden leringen van de islam worden tegen uitroeiing beschermd.

 4. De ‘brandstof’ van dat licht is afkomstig van een “gezegende olijfboom, noch oosters noch westers”, wat betekent dat de leringen van de islam gebaseerd zijn op vrede (olijfboom), die noch het oosten noch het westen in ongelijke mate bevoordelen, maar die gelijkelijk voor de hele mensheid zijn bestemd. Merk op dat de olijftak een oud en universeel symbool van vrede is.

 5. Terwijl stoffelijke lichten brandstof verbranden en heet worden, gaat het van Allah afkomstige licht met geen enkele hitte gepaard. De mens zelf heeft altijd gepoogd om ‘efficiëntere’ lichtbronnen uit te vinden die zo min mogelijke hitte opwekken, aangezien de hitte die een lamp produceert verloren energie is. De brandstof van het licht van Allah brengt zuiver licht voort, zonder verbranding, zonder hitte. Vaak kleeft er aan een godsdienst een aanzienlijke hoeveelheid hitte, waarvan  voorbeelden zijn: vurige toespraken van predikers, verhitte debatten tussen volgelingen van verschillende geloven, en licht ontvlambare, snel oplaaiende religieuze sentimenten. Maar de islamitische leringen zijn licht zonder hitte. Wij dienen dus licht te verspreiden zonder hitte op te wekken.

6. “Licht op licht”: het blijft licht aan u geven, en daarna nog meer licht. Er bestaat geen einde aan de hoeveelheid vooruitgang die u kunt boeken, meer en meer leiding ontvangende via het licht van Allah.

 7. Vers 36 spreekt over het  van God afkomstig licht, dat in die huizen verschijnt waarin aan Hem wordt gedacht, waarin gehandeld wordt volgens Zijn leringen. Het is in huizen waarin zich personen bevinden “die door handel noch door verkoop van de gedachtenis aan Allah,  het onderhouden van het gebed en het betalen van de armenbelasting worden afgeleid”. De Koran onderricht dat het licht van God dat huizen binnentreedt, waarin mensen zijn die het verwerven van rijkdom niet boven hun plicht tegenover God en hun plicht tegenover de medemens stellen. Rijkdom mag niet ter aanbidding tot een god worden gemaakt; wanneer wij bezig zijn met geld verdienen, moeten wij in de eerste plaats de gedachtenis aan Allah (het denken aan Zijn leringen van oprechtheid, waarheid en eerlijk handelen), onze geestelijke plichten (gebed) en onze plichten om het goede te doen tegenover andere mensen (liefdadigheid) in gedachten houden.

 

 

Toepassingen

 

Het licht

1. De Korantekst lezen

Lees de tekst in het Nederlands . Lees de tekst ook in het Arabisch indien mogelijk.

2. Herlees stap voor stap

De verschillende onderdelen van de beschrijving van het goddelijke licht stap voor stap herlezen.

Kort verwoorden wat dit onderdeel van het beeld bij je oproept.

3. Spelvorm 1.

De begeleider zet in de ruimte op symbolische wijze de verschillende aspecten van het goddelijke licht neer.

Bij wijze van voorbeeld.

- een lamp op een staander

- een lamp in een glas

- een licht als een ster

- een afbeelding van een olijfboom

- een kruikje olijfolie

De voorwerpen worden op een lijn opgesteld aan de ene zijde van de speelruimte

Hij vraagt de deelnemers zich op te stellen  tegenover één van de aspecten die het goddelijke licht symboliseren.

Meerdere spelers kunnen voor het zelfde onderdeel van het licht staan

Ze leven zich in alsof ze voor (een aspect van) het licht van God staan.

Ze nemen een houding aan tegenover het lichtaspect dat hen raakt, treft...

De spelers bepalen ook zelf de afstand tot het symbolische voorwerp.

Meer informatie over rolinleving: <<Zie Werkvorm Rolinleving

De begeleider vraagt iedere speler om beurt om te verwoorden wat ze bij zichzelf ervaren in het aanschijn van een onderdeel van het gesymboliseerde goddelijke licht. Wat roept het bij hen op? Waar raakt het hen? Welke gevoelens, bedenkingen, overwegingen, gewaarwordingen of herinneringen roept het wakker?

Nadat iedereen dit op eigen wijze verwoord heeft, leggen ze hun rol af.

4. Uitwisseling

Na de beleving volgt de uitwisseling van belevingen en associaties die tijdens het spel zijn opgekomen en die nog niet werden verwoord. Daarna worden ook de verbindingen met het eigen leven en het maatschappelijke leven met elkaar gedeeld.

Meer informatie over het uitwisselen: >> Zie Bibliodrama Uitwisseling

5. Spelvorm 2

Allah leidt naar zijn licht wie Hem behaagt.

De verhaaltekst wordt opnieuw gelezen. De laatste zin wordt dan herlezen.

De begeleider licht de werkwijze en de doelen toe.

De verschillende voorwerpen uit het vorige spel die onderdelen van het goddelijke licht symboliseren

worden samengebracht op het verste punt in de ruimte.

Aan de overzijde nemen de deelnemers plaats.

De begeleider vraagt wie mogelijk iets wil ervaren van: ' door God naar het licht geleid worden'

Hij vraagt ook aan de speler of hij iemand van de deelnemers wil vragen om de 'rol' van God-Allah te spelen en hem

naar het (gesymboliseerde) licht te begeleiden. (het mag ook zonder hulpspeler, gewoon op eigen aanvoelen.)

De beide spelers worden gevraagd om zich goed op elkaar af te stemmen.

Het is de speler die de rol van God op zich neemt die de leiding neemt en naar het licht leidt.

De spelers worden gevraagd zich in te leven in de eigen rol.

Meer informatie over rolinleving: <<Zie Werkvorm Rolinleving

De spelers kiezen zelf hoe ze hun rol vorm geven. Hoever ze naar het licht willen leiden, of geleid worden.

Ook de wijze van leiden en geleid worden kunnen ze overwegen en trachten vorm te geven. Welke gebaren, woorden, houdingen horen daarbij.

Hoe stellen ze het onderweg zij op elkaar af.

Wanneer de spelers halt houden wordt er stilgestaan bij de beleving van dat gebeuren.

De begeleider vraagt dan aan de speler die naar het licht geleid wordt uit te spreken wat hij voelt, ervaart....

Daarna worden beide spelers ontrolt en gaan ze terug naar hun plaats.

Dan is het de beurt aan twee andere spelers.

6. Uitwisseling

De spelers wisselen elkaar belevingen en associaties uit. Ook de verbindingen met eigen levenservaringen.

Daarna vertellen de spelers die de rol van God hebben opgenomen te vertellen wat ze beleefd en ervaren hebben in deze rol.

Hoe was het om iemand naar het licht te begeleiden? Op welke wijze hebben ze dit vorm gegeven. Welke motieven speelde er in mee.

Vertelt dit ook iets over hoe ze God in hun leven ervaren? Of zouden willen ervaren...

 

Meer informatie over het uitwisselen: >> Zie Bibliodrama Uitwisseling

​​​