VERHALEN

Boeddhisme
Meer weergeven
De wonderbaarlijke perenboom

 

Er was eens een boer die in de herfst zijn kar vol peren laadde en daarmee naar de markt ging. De vruchten waren goudgeel, zoet en heerlijk van smaak. Hij hoopte er dan ook een goede prijs voor te krijgen. Toen hij ze op de markt te koop aanbood, kwam er een bedelmonnik met een gescheurde pij en een verstelde kap naar hem toe. Omdat monniken geen geld hebben, vroeg de heilige man de boer om een van zijn prachtige peren. De boer weigerde hem iets te geven, maar de monnik bleef staan en hield vragend zijn hand op. Tenslotte werd de boer kwaad, hij begon de monnik uit te schelden. De heilige man zei alleen: 'Je hebt honderden peren op je wagen, en ik vraag er slechts eentje. Dat maakt jou niets uit en je wordt er niet arm van. Waarom word je dan zo kwaad?' Uiteindelijk bemoeiden de omstanders zich ermee. Ze vroegen de boer de monnik desnoods een klein peertje te geven om hem tevreden te stellen. Maar de boer was koppig en wilde het niet.

 

Een koopman in een naburige winkel had de hele zaak aangehoord. Hij had last van het lawaai en daarom pakte hij een geldstukje, kocht een peer en gaf die aan de bedel­monnik. De heilige man bedankte hem en zei: 'Wij monniken, die het wereldse leven achter ons hebben gelaten, kennen geen hebzucht. Nu ik ook mooie peren heb, kan ik jullie allemaal uitnodigen om ze samen met mij op te eten.' De omstanders keken hem verbaasd aan en tenslotte zei een van hen: 'Als je zelf peren hebt, waarom eet je die dan niet, in plaats van er hier om te vragen?' Daarop antwoordde de monnik: 'Tja, in de eerste plaats heb ik natuurlijk zaad nodig om een perenboom te kun­nen kweken.' En hij begon de peer voor de ogen van alle toeschouwers met duidelijk genoegen en bijbehorend ge­smak op te eten. Toen dat gebeurd was, nam hij een pitje in zijn hand, vroeg de houweel van een van de omstanders te leen, maakte daarmee een flink gat in de grond, legde het pitje erin en dekte het netjes af met aarde. Tenslotte vroeg hij om een ketel water en direct haalden enkele nieuwsgie­rigen een grote ketel vol warm water uit een nabijgelegen theehuis.

 

De menigte verdrong zich om vooral niet te missen wat er nu verder zou gebeuren. Na enkele ogenblikken zagen ze op de plek waar de monnik het pitje in de grond had gelegd, een zaailingetje ontspruiten. Het plantje groeide en groeide en het werd uiteindelijk een boom met een sterke stam, dikke takken en een massa sappige groene bladeren. De boom begon te bloeien, de eerste vruchten verschenen. Het werden er meer en meer, ze rijpten, werden geel, goudgeel en tenslotte hing de boom vol met grote, lekkere peren.  Lenig klom de monnik langs de stam omhoog en deelde de ene peer na de andere uit aan de omstanders. Enkele minuten later waren alle peren opgegeten. De monnik liet zich uit de boom glijden, pakte een bijl en be­gon de boom om te hakken. Met enkele doelgerichte bijl­slagen kreeg hij voor elkaar dat de boom omviel. De monnik ving de stam op, nam hem op zijn rechter­schouder en liep opvallend gemakkelijk de markt over in de richting van de stadspoort.

Ook de perenboer stond tussen de toeschouwers. Hij verrekte haast zijn nek uit nieuwsgierigheid en had zijn ogen uitgekeken. Pas toen de monnik met de boomstam was verdwenen, maakte de boer aanstalten om naar zijn kar met peren terug te gaan. ­Maar wat was dat? Al zijn peren waren verdwenen en hij zag dat ook de as van zijn kar ontbrak, zodat het ding was ingezakt. Zou misschien... De boer begon een vreselijk vermoe­den te krijgen. Plotseling rende hij weg en schreeuwde: 'Mijn peren! Mijn peren! Mijn as, mijn as, de as van mijn kar!' Hoe hard hij ook rende en hoe hij ook schreeuwde, de monnik was allang door de stadspoort verdwenen en viel nergens meer te bekennen. Buiten de stadspoort vond de boer de as van zijn kar te­rug en toen hij terugkwam op de markt, hadden nieuws­gierigen al een grote kring om zijn kar gevormd. Ze lach­ten zich slap om de manier waarop de monnik de boer voor zijn gierigheid had gestraft.

 

Tibetaanse sprookjes  Rijswijk. 1998.

 

​​​​

 

De wonderbaarlijke perenboom

Dit verhaal werd tijdens een Follow-up dag voor begeleiders van bibliodrama heel uitgebreid spelend verkend.

Diverse spelvormen werden gehanteerd voor een hele reeks verhaalfragmenten.

Naast de voorbereidende uitwerking van de bibliodrama werkvormen

zijn er ook belevingen en ervaringen van de deelnemers opgenomen.

Het geheel is in een pdf bestand hierbij weergegeven

 

Het werd gepubliceerd in het tijdschrift Catechetische Service als:

Agten, J., Religiodrama: Een verkenning van een Tibetaans-boeddhistisch verhaal via diverse werkvormen:

De wonderbaarlijke perenboom in Catechetische Service sept. 2005, jg. 34, nr. 1. pp.1-9