VERHALEN

Meer weergeven
Jodendom

Daar waar later de tempel van Jeruzalem gebouwd werd, was eens een akker die twee broers hadden geërfd.

De een had vrouwen kinderen, de ander daarentegen vrouw noch kinderen.

Ze woonden samen in een huis, rustig en tevreden met het stuk land dat zijn van hun vader hadden geërfd.

In het zweets huns aanschijns bewerkten ze de akker.

 

Eens gebeurde het dat ze de tarweoogst hadden binnengehaald, de aren in garven gelegd, gedorst, en de oogst in twee delen hadden verdeeld. Deze stapels stonden nu op het veld, een voor iedere broer.

In de nacht nu zei de broer die vrouw noch kinderen had: "Ik leef helemaal alleen, niemand deelt mijn brood met mij.

Met mijn broer is dat anders, die heeft vrouwen kinderen. Waarom moet ik hetzelfde aandeel als hij hebben?" 

Hij stond op en heimelijk, als een dief, nam hij van zijn stapel garven en legde ze bij de stapel van zijn broer.

 

Tezelfdertijd zei de andere broer tot zijn vrouw: "Het is niet goed dat we het koren in twee gelijke delen verdelen.

Mijn lot is beter dan het zijne, want God heeft mij vrouwen kinderen gegeven, maar hij is eenzaam en heeft geen andere vreugde dan het graan. Kom, vrouw, laat ons heimelijk van ons aandeel iets bij het zijne leggen." Aldus deden ze.

 

's Morgens waren die twee erg verbaasd te zien dat de stapels precies zo groot waren als eerst.

Men sprak er die dag met geen woord over. Tijdens de tweede, derde en vierde nacht deden beide broers hetzelfde met de tarwe. 's Morgens troffen beide de stapels niettemin weer even groot aan. Toen besloot ieder voor zich de zaak grondig uit te zoeken.

 

En toen ze 's nachts het veld ingingen, toen stootten de broers met de garven in de hand op elkaar. Zo kwam de zaak uit.

De broers omhelsden en kusten elkaar en dankten God ervoor dat Hij ieder een zo een royale broer had gegeven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De twee broers

1. Het verhaal wordt voorgelezen

​​2. Spelwijze
 

Twee verhaalfiguren : de alleenstaande broer en de getrouwde broer

De spelers leven zich in hun eigen gekozen rol als 'broer' in en stellen zich aan de verre rand van het speelveld op.

De ene aan de ene zijde de alleenstaande broer, de getrouwde broer aan de andere zijde.

De twee broers ontmoeten elkaar op het oogstveld: het afgesproken speelveld.

Na het moment van inleving en interview van de beide broers door de spelbegeleider

Interview: Meer informatie over  het Interview: >> Zie Werkvorm Interview

Stappen de beide spelers het speelveld op en er ontstaat een ontmoeting.

Deze ontmoeting is een spontaan gebeuren waarbij de beide broers hun begrip van het gebeuren uiten aan elkaar.

Dat kan zijn: hun verwondering over het gebeuren, hun onvrede met de verdeling, het eigen (on)gelijk, de argumenten (uit het verhaal aangevuld met andere)...

De ontmoetingen duren niet langer dan twee minuten.

Na de ontmoeting ontrollen de spelers zich.

Dan leven zich twee andere spelers in, worden geïnterviewd door de begeleider en starten hun ontmoeting.

Meerdere ontmoetingsspelen kunnen gespeeld  worden.

 

Ontmoetingsspel: Meer informatie over het 'ontmoetingsspel: >> Zie Werkvorm Ontmoetingsspel

3. Uitwisseling

Belevingen en ervaringen tijdens het spelen worden uitgewisseld door de spelers en ook door de toeschouwers van de diverse spelen.

Inzichten en argumenten m.b.t. de verhaalinhoud worden aan elkaar toegelicht.

Levenservaringen uit de eigen leefomgeving worden met elkaar gedeeld.

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling

​​