VERHALEN

Meer weergeven
Hindoeïsme

De spirituele dief

 

​Een dief ging inbreken in het huis van een rijke brahmaan.

Eenmaal binnen begon hij direct de kasten te doorzoeken en onder de bedden te kijken of hij geld kon vinden.

Plotseling hoorde hij een geluid en merkte hij dat er bedienden in het huis waren.

De kans was groot dat hij gepakt zou worden.
Hij bedacht zich geen moment en ontdeed zich snel van zijn kleren en gooide ze in het vuur dat in de kamer brandde.

Hij had nu alleen nog een lendendoek om.

Snel nam hij wat as uit het vuur en smeerde zich daarmee in zodat hij op een sadhoe, een ascetische monnik leek.

Zo ging hij in het midden van de kamer in lotushouding zitten.

Hij was nog maar net klaar of de bedienden kwamen binnen met knuppels en messen

en toen ze de dief zagen zitten, riepen ze: "Oho! Een heilige sadhoe!"
Devoot raakten ze, zoals gebruikelijk was, zijn voeten aan en de heer des huizes werd erbij gehaald.

Ook hij raakte de voeten van de dief aan en verzocht hem nog enkele dagen te blijven.
De dief hield zijn ogen zorgvuldig gesloten, want hij wist dat sadhoes dat altijd doen.
Hij wachtte tot de bedienden en de heer des huizes de kamer hadden verlaten en deed toen voorzichtig zijn ogen open.

“Wat nu?” dacht hij. “Gelukkig geloven ze dat ik een heilige man ben.”

Plotseling kwam de heer des huizes terug met een bloemenkrans.

De dief sloot snel zijn ogen en de heer des huizes legde de krans om zijn nek.

Devoot raakte hij nogmaals zijn voeten aan en zei:

"Duizendmaal dank voor uw komst, vanaf nu is het huis gezegend," want zo zien Indiërs dat.
"Zou u niet enkele dagen willen blijven?" “Nou”, dacht de dief, “dat is nog niet zo'n gek idee”,en hij knikte zwijgend.

Hij bleef slapen en had nog steeds niets gezegd. Wat moest hij zeggen?
Hij wist alleen iets over inbreken en over de waarde van gestolen sieraden.
In ieder geval begreep hij dat het kenmerk van een heilige was rustig te zitten en niets te zeggen.
De volgende dag vroegen ze hem of hij iets wilde eten en zo bleef hij drie weken.
Elke dag kwamen er mensen aan zijn voeten zitten en vragen om zijn zegen.

Ze brachten bloemen en hij werd als een echte heilige behandeld.

Tenslotte dacht de dief: “Mmm, dit is zo gek nog niet,
ik hoef niets te doen, niets te zeggen en ik word belangrijk gevonden.
Na een paar dagen begon hij zich spiritueel te voelen ...

De spirituele dief

 

1. Verhaal voorlezen en speldoelen toelichten

 

2. De rollen noemen en in de spelruimte plaatsen:

de bedienden

de rijke brahmaan (heer des huizes)

de stelende man

de stelende man die net sadhoe geworden is

de sadhoe na enkele dagen (wat wijzer geworden)

de mensen (die om een zegen vragen)

          

3. De deelnemers uitnodigen om een rol te kiezen.

Eventueel vragen of alle rollen  kunnen ingevuld worden.

Als iedereen een rol gekozen heeft, de deelnemers uitnodigen om een voorwerp uit de ruimte te kiezen dat bij hun rol past.

 

4. Zich inleven in de rol

Opdrachtformuleri

Kies één van de aangegeven figuren uit het verhaal

- dat je treft of aanspreekt

- dat je boeiend of vreemd lijkt

Kies met je gevoel eerder dan met je verstand

Tracht je in de figuur in te leven zoals jij de figuur begrijpt en verstaat.

Kies er een doek of voorwerp uit de ruimte bij dat mogelijk bij je figuur past.

Neem je aangegeven plaats in de ruimte in. En neem een passende houding aan.

Straks word je om de beurt uitgenodigd te vertellen wie je bent en wat je op dat moment in de rol (als verhaalfiguur) beleefd.

Dan speel je de verhaalfiguur zoals jij het voelt, met je eigen woorden en gebaren.

 

De begeleider vraagt als iedereen een plaats heeft ingenomen: ‘wie ben je’

Elke speler vertelt vrijuit wie hij is en wat hij daar aan het doen is (wat je denkt voelt, ervaart…) en waar hij op betrokken is

Mogelijk stelt de begeleider wat verduidelijkende of helpende vragen.

 

5. Mogelijke vragen die men bij het interview kan stellen

Vragen m.b.t. de situatie in het verhaal

Wie ben je? Wat is je naam? Wat is je functie?

Waar ben je? Waar ben je mee bezig?

Wanneer ben jij hier toegekomen? Wanneer is dat alles gebeurd?

Wat is er aan de hand? Wat gebeurt er?

Waarom vind je dit belangrijk? Waarom wil je dit doen?

Vragen m.b.t. de situering in het gebeuren

Verleden         Hoe ben je hier terecht gekomen? Wat is er daarvoor gebeurd?

Heden             Hoe sta je er nu bij? Wat gaat er nu door je heen?

Toekomst        Wat ga je nu doen? Waar kijk je naar uit? Wat staat te gebeuren?

Vragen m.b.t. het functioneren van het personage

Waarnemen    Wat zie je? Wat hoor je?

Beleven          Wat voel je? Wat verbeeld je je? Wat word je gewaar?

Denken           Wat denk je aan?  Waar pieker je over? Wat bedenk je daarbij?

Wil                  Wat wil je bereiken? Waar verlang je naar? Wat wil je anders?

Handelen        Wat ga je nu doen? Denk je dit te kunnen? Met welk effect?

Effect             Heb je bereikt wat je wilde? Ben je tevreden met het resultaat?

 

6. Het afsluiten van het interview

Het interview eindigt daar waar je voelt dat de spe(e)l(st)er goed in de rol zit.

7. Uitwisseling

De ervaringen opgedaan tijdens het spel en associaties met het eigen leven worden uitgewisseld

Meer informatie over de  uitwisseling: >>Zie Begeleiden Uitwisseling